Chorwerk Ruhr in der Zeche Zollverein © Christian Palm

Against the War

20.08.2026

Seizoen 2026–2027 staat bij I SOLISTI in het teken van maatschappelijke urgentie en de blijvende zoektocht naar vrijheid. In een wereld waarin oorlog, polarisatie en onzekerheid opnieuw dichtbij komen, gelooft I SOLISTI dat muziek geen toevluchtsoord is dat zich afsluit, maar een ruimte die opent, bevraagt en confronteert.

Met Against the War wordt meteen de toon gezet. Dit aangrijpende vierluik legt de rauwe realiteit van oorlog bloot en stelt tegelijk de vraag wat vrede vandaag nog kan betekenen. Van Stravinsky’s L’histoire du soldat tot Weill en Brechts nietsontziende Berliner Requiem, en verder naar de verstilde hoop van Schönbergs Friede auf Erden: deze productie raakt aan de kern van wat ons vandaag bezighoudt. I SOLISTI deelt voor het eerst het podium met het internationaal gerenommeerde Duitse koor Chorwerk Ruhr o.l.v. Yuval Weinberg. Deze grootschalige productie is te zien in Leuven Festival 20-21, Gent Festival, DE SINGEL in Antwerpen, in de Boulezzaal in Berlijn, tijdens het Kurt Weill Festival in Dessau en in Bochum (Ruhr).

een bijdrage van Pieter Bergé voor I SOLISTI & Festival 20·21

Concept

Against the War is een muzikale reflectie op de cycli van oorlog en vrede die de wereldgeschiedenis kenmerken. Het concert begint en eindigt met twee a-cappellakoren die krachtig uitdrukking geven aan het menselijk verlangen naar vrede. Tussen die twee punten wordt de oorlog in verschillende gedaantes geportretteerd. In L’histoire du Soldat van Stravinsky & Ramuz wordt een soldaat ten tonele gevoerd die ontredderd uit de oorlog terugkeert, zijn voeling met de wereld is kwijtgespeeld en uiteindelijk zelfs zijn ziel aan de duivel verkoopt. In hun cantates klagen Eisler & Silano bikkelhard aan hoe een land, dat door potentaten wordt geleid, razendsnel kan afglijden naar een cultuur van angst en geweld. Het Berliner Requiem van Weill & Brecht laat horen hoe vaak de gewone mens het grootste slachtoffer van oorlog is en hoe gemakkelijk diens leed vervolgens wordt vergeten. Maar het concert eindig dus met een uitdrukking van hoop: “Vrede op aarde!” van Arnold Schönberg.

 

Eislers cantates

De twee cantates van Eisler zijn gebaseerd op teksten van de Italiaanse revolutionaire politicus Secondino Tranquilli, die schreef onder het pseudoniem Ignazio Silone (1900-1974). Vandaag is Silone een illustere onbekende, maar in de jaren na de Tweede Wereldoorlog zou hij meermaals zijn voorgedragen voor de Nobelprijs Literatuur. De teksten van de twee cantates zijn ongemeen scherp: de eerste hekelt hoe snel een land kan veranderen als zijn leiders het halsoverkop in een oorlog storten; de tweede beschrijft hoe totalitaire regimes een hele maatschappij kunnen ontwrichten door een klimaat van angst te creëren. Eisler koos voor een eerder sobere toonzetting. Daardoor blijft de tekst goed verstaanbaar en komt de boodschap des te krachtiger binnen.

The Apotheosis of War, Vasily Vereshchagin (1871)
Yuval Weinberg © Lena Semmelrogge
Chorwerk Ruhr in der Zeche Zollverein © Christian Palm

Berliner Requiem

Het Berliner Requiem is geen requiem in de traditionele, liturgische betekenis van het woord. Het is eerder een profaan werk, dat vooral is opgevat als maatschappelijke en politieke kritiek. Tekst en muziek hebben een overwegend hard en onbuigzaam karakter, behalve misschien in Marterl, maar daar krijgt de walsende muziek een pijnlijk ironische bijklank. Andere delen alluderen op religieuze muziektradities, zoals koralen en Bach-passies, maar plaatsen die in een ander daglicht. Voor het grootste deel van zijn requiem kiest Weill voor een vrij harde, donkere klank, gedomineerd door mannenstemmen en blaasinstrumenten. De compositiestijl zelf is opzettelijk toegankelijk gehouden, want Weill behoorde tot een generatie interbellumcomponisten die een breed publiek wilde bereiken. Meteen na het requiem volgt een klaaglied van Rudolf Mauersberger dat als een verdere bezinning op het stuk van Weill en Brecht fungeert. “Warum?” is de centrale vraag, gevolgd door een smeekbede om “weer thuis te mogen komen”. Na de relatieve hardheid van Weills muziek klinken de harmonieën van Mauersberger sonoor en uitnodigend. Muzikaal lijkt de terugkeer naar vrede hier al te worden ingezet.

 

Vrede

De twee koorwerken over ‘vrede’ in dit programma komen uit totaal verschillende hoeken. Hessenberg schreef zijn stuk vlak na de Tweede Wereldoorlog, in een eerder conservatieve, tonale stijl waaruit zijn verlangen naar eenvoud en rust spreekt. Het werk van Schönberg is bijna veertig jaar ouder en dateert uit een periode waarin de componist de grenzen van de tonaliteit aan het aftasten was. Dat is zeer goed hoorbaar in dit werk, dat zoekt en wringt, maar uiteindelijk toch zijn toevlucht zoekt in de troostende schoonheid van een harmonieus slotakkoord.