Immersieve ‘Harmonie der Sferen’ tijdens Musica Divina
31.08.2026
een bijdrage van Festival van Vlaanderen Mechelen/Kempen – Musica Divina
Op woensdag 30 september 2026 strijkt Musica Divina neer in Heist-op-den-Berg voor een grensverleggende concertervaring. Het Duitse ensemble ORLANDOviols brengt er tweemaal het programma Harmony of Spheres, waarin wiskunde, kosmologie en muziek samenkomen. Het publiek neemt plaats in het hart van de uitvoering, omringd door vijftien luidsprekers en een indrukwekkende lichtinstallatie.
Met Harmony of Spheres doorbreekt het Duitse ensemble ORLANDOviols de klassieke concertvorm. Omringd door muzikanten, vijftien luidsprekers en een indrukwekkende lichtinstallatie beleeft het publiek een immersieve klankervaring waarin historische viola da gamba’s, elektronica en kosmologie samenkomen. Om de intieme opstelling te behouden, wordt het concert tweemaal uitgevoerd, om 19u en om 21u.
Harmony of the Spheres
Van de Griekse oudheid tot ver in de 16e eeuw geloofden tal van astronomen en filosofen dat alles in het universum met elkaar verbonden was door een grote, universele harmonie. In het bijzonder gold dit voor de planeten, die men zich voorstelde als hemellichamen die op sferen rond de aarde bewogen. Wiskundige verhoudingen, de esthetiek van getallen en religieus ontzag vormden wezenlijke onderdelen van dit wereldbeeld. Deze ideeën – en de kritische reflectie erop – vinden hun weerklank zowel in de muziek van de renaissance als in tal van hedendaagse composities.
Voor het concertprogramma Harmony of the Spheres selecteerde ORLANDOviols werken die vanuit verschillende invalshoeken bij deze denkwereld aansluiten. Niet alleen de muzikale inhoud, maar ook de ruimtelijke dimensie van deze concepten staat centraal. Een unieke, isotrope opstelling rondom het publiek en de elektroakoestische ruimtelijke verwerking van de gambaklank maken de concertzaal zelf tot onderdeel van de compositie.
Om de ruimtelijke effecten van Harmony of the Spheres ten volle te ervaren, wordt het publiek uitgenodigd plaats te nemen in een onconventionele opstelling die de waarneming van klank en ruimte ingrijpend verandert. De luisteraars bevinden zich binnen een cirkel en worden omringd door vijftien luidsprekers, die deel uitmaken van een zesde-orde-Ambisonics-systeem. De musici spelen aan de buitenzijde van een grote, regelmatige vijfhoek.
Door deze symmetrische opstelling bestaat er geen vast podium of bevoorrechte luisterrichting: de klank omringt het publiek gelijkmatig vanuit alle richtingen. Idealiter worden de zitplaatsen willekeurig over de cirkel verdeeld, zodat het gevoel van volledige onderdompeling in de klankruimte nog wordt versterkt. De afzonderlijke aanwezigheid van iedere musicus maakt plaats voor een overkoepelende ruimtelijke ervaring: het ensemble wordt hoorbaar en voelbaar als één dynamisch geheel.
Het programma opent met Vestiva i colli van Giovanni Pierluigi da Palestrina. Vanuit deze renaissancistische klankwereld wordt een eerste stap gezet in de wereld van de elektroakoestische muziek: oude muziek wordt als het ware herboren in de 21e eeuw. Het melancholische karakter van de 17e-eeuwse gambamuziek vindt vervolgens een van zijn meest uitgesproken vertolkers in John Dowland, die in 1626 overleed, precies vierhonderd jaar geleden. In Semper Dowland, semper dolens wordt zijn kenmerkende melancholie het vertrekpunt voor een nieuwe ruimtelijke luisterervaring.
Met Gemini, Pisces en Virgo uit Karlheinz Stockhausens Tierkreis verschuift de blik expliciet naar de kosmos. Deze miniaturen werden oorspronkelijk gecomponeerd voor speeldozen. In de bewerking van ORLANDOviols wordt de luisteraar uitgenodigd zich voor te stellen hoe het zou zijn om zich niet vóór, maar midden ín een speeldoos te bevinden. Ook het nieuwe opdrachtwerk van Noah Senden, geschreven voor Musica Divina 2026, maakt deel uit van deze ontmoeting tussen historische klankwerelden, hedendaagse compositie en ruimtelijke technologie.
Centraal in Harmony of the Spheres staat In Nomine van de weinig bekende 16e-eeuwse Engelse componist Mr. Picforth. Dit enige bekende werk van de componist geldt bovendien als een opmerkelijk vroege voorloper van de minimal music. De In Nomine is een typisch Engels genre voor consort van vier of vijf instrumenten en werd in het bijzonder geliefd bij gambaconsorts. De oorsprong van het genre ligt in een passage uit een zesstemmige mis van John Taverner uit het begin van de 16e eeuw. Eén instrument speelt daarin een thema als cantus firmus: een melodische lijn waarin iedere noot één of zelfs twee maten wordt aangehouden. Gewoonlijk klinkt deze melodie in de op één na hoogste stem.
In Picforths In Nomine vertegenwoordigt elk van de vijf stemmen een van de vijf planeten die destijds bekend waren: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Binnen iedere stem hebben alle noten gedurende het hele werk dezelfde lengte, maar elke partij volgt een eigen tijdseenheid. Zo ontstaat een pulsverhouding van 12:8:6:3:4.
De stemmen bewegen als planeten langs hun banen: nu eens bevinden zij zich in oppositie, dan weer in conjunctie. In dit concert worden die denkbeeldige banen naar de ruimte van de concertzaal vertaald. De klank van de instrumenten blijft niet aan één vaste plaats gebonden, zoals in een conventionele concertopstelling, maar beweegt door de ruimte alsof de musici om het publiek heen zweven. Omdat iedere ‘planeet’ haar eigen snelheid heeft, wordt de muziek voortdurend vanuit nieuwe ruimtelijke constellaties ervaren.
Het getal vijf vormt ook een verbindend principe tussen de In Nomine ‘Trust’ van Christopher Tye, Five van John Cage en de In Nomine van Nicholas Strogers. De fantasieën van Tye en Strogers staan in een 5/2-maat, wat een ritmische beweging oplevert die voor hun tijd bijzonder ongewoon was. Cages Five behoort tot zijn late number pieces en bestaat uit vijf variabele tijdsintervallen. De verschillende gradaties van orde en onvoorspelbaarheid binnen die intervallen krijgen in de ruimtelijke klankweergave een eigen plaats.
Ook in de minimal music van de 20e eeuw ontstaat muzikale rijkdom vaak uit subtiele afwijkingen van regels en regelmatigheden. Een bijzonder helder voorbeeld daarvan is Steve Reichs Violin Phase uit 1967. Het werk, oorspronkelijk gecomponeerd voor viool en tape of voor vier violen, wordt hier uitgevoerd als Viol Phase voor vijf gamba’s.
Een korte reeks van zes verschillende tonen wordt gedurende het hele werk voortdurend herhaald. Door minimale tempoverschillen en de daaruit voortvloeiende verschuivingen in de tijd ontstaan onverwachte melodische patronen: nieuwe melodieën vormen zich in het oor en de verbeelding van de luisteraar. Ondanks de ruimtelijke opstelling en de grote afstanden tussen de musici maakt de elektroakoestische presentatie de uiterst precieze timing op microscopisch niveau hoorbaar. Tegelijk wordt de faseverschuiving ruimtelijk ervaren, doordat één patroon langs een cirkelvormige baan door de ruimte beweegt.
Met Set No. 2 in A minor van William Lawes keert het programma terug naar de Engelse gambatraditie, maar naar een componist wiens diep vernieuwende en experimentele artistieke benadering zijn tijd ver vooruit was. Zijn muziek inspireerde Engelse componisten als Matthew Locke en Henry Purcell, wier werk de 17e-eeuwse gambamuziek naar een hoogtepunt voerde. Lawes’ visionaire oeuvre draagt onmiskenbaar het stempel van een uitzonderlijk muzikaal genie en vormt binnen dit programma een historische tegenhanger van de experimenteerdrift van de moderne en hedendaagse componisten.
Aan het einde keert Vestiva i colli van Palestrina terug. Na een reis door planetaire banen, ritmische verhoudingen, speeldozen, faseverschuivingen en elektroakoestisch bewegende klanken vormt deze reprise een afscheid van de klanken in de ruimte, en een terugkeer naar de werkelijkheid.
Om aan de grote belangstelling tegemoet te komen en de intieme, omhullende setting te garanderen, wordt het concert twee keer op één avond uitgevoerd: om 19:00 uur en om 21:00 uur. Na afloop van beide sessies biedt het festival het publiek een gratis receptie aan in samenwerking met het lokale bestuur.