Wapper!
07.09.2026
Lange wap wap wap van de wappersbrug
Was de schrik van ons oude stee
Klapper klap klap klap o hij was zo vlug
En hij liet geen mens met vree
Op 1 oktober gaat Casco Phil in première met ‘Wapper!’, een grondige herwerking van de familievoorstelling ‘de Lange Wapper’ uit 2024. Clara Cleymans keert terug als vertelster van het eeuwenoude verhaal. Achter haar spelen drie muzikanten de bijbehorende muziek van de jonge Antwerpse componist Noah Senden.
een bijdrage van Sven Sabbe voor Casco Phil
“Ik heb mijn hele leven in en rond Antwerpen gewoond, dus het verhaal van de Lange Wapper is me niet onbekend.” vertelt Noah. “Toch heb ik het pas echt leren kennen toen ik met een paar vrienden aansloot bij een free walking tour door de stad. De gids bracht het verhaal van de Lange Wapper tot leven, en toonde ons hoeveel invloed het had op de stad. Dat bijvoorbeeld alle Mariabeelden in de stad naar de Schelde zijn gericht is een verwijzing naar het verhaal. Maar het is pas in 2024 dat ik me er helemaal in verdiept heb, toen Casco Phil en Stijn Saveniers, die toen de voorstelling dirigeerde, me vroegen om de muziek te schrijven bij deze voorstelling.”
Die vraag kwam er niet zomaar. Maar daarvoor moeten we eerst een stuk terug in de tijd. “Ik weet nog dat ik als klein kindje thuis op het klavecimbel speelde. Op zich vond ik het wel leuk om barokmuziek te spelen, maar al snel was ik op zoek naar meer. Dat je zelf de basso continuo mocht verzinnen bij barokstukken vond ik bijvoorbeeld geweldig. Het fascineerde me ook hoe de kleur van het instrument veranderde naarmate je noten boven elkaar begon te stapelen. Het viel me op dat het klavecimbel op die manier minder een barokinstrument werd en veel sferischer en filmischer begon te klinken.”
Het eerste zaadje is geplant. Vanaf zijn zevende is Noah dan ook te vinden in de muziekschool van Ekeren. Eerst voor lessen piano, later komt er viool en muziektheorie bij. “Toen ik elf was, kreeg ik een flyer in mijn handen van THE TIMES, het compositietraject van het HERMESensemble. Ik stuurde elk jaar een werk in, werd de eerste jaren nooit weerhouden, maar zorgde er wel voor dat ik elke editie bij elke repetitie aanwezig was om met mijn ogen en oren te kunnen stelen. Daar heb ik ook Stijn leren kennen.”
Dynamiek
Op zijn achttiende trekt Noah naar het Conservatorium van Antwerpen. “Een fantastische opleiding. Je wordt er gekoppeld aan meerdere mentoren, waardoor je een heel brede visie ontwikkelt. Aan de ene kant kreeg ik les van Luc Van Hove en zijn opvolger Bram Van Camp, heel gedegen lessen met een focus op het analyseren en verfijnen van mijn werk. Daarnaast was er ook Wim Henderickx, die het vaak filosofischer aanpakte en ons de kans gaf onze eigen stem te vinden. Ik herinner me nog goed zijn allereerste opdracht: leef een namiddag als een artiest. Lees een boek, ga naar een museum, open je gedachten. Hij was een fantastisch lesgever, een boeiende collega, en overall een heel warme, gepassioneerde man. Ik heb heel veel van hem geleerd.”
“Enkele jaren nadat ik afgestudeerd was, belde Stijn me op. Hij vertelde me dat Casco Phil een voorstelling ontwikkelde rond een Antwerpse volkslegende, en daarvoor op zoek was naar een geschikte componist. Ik geloof dat het verhaal van Brabo en de reus Antigoon toen op tafel lag. Ik vond het heel leuk om tijdens die brainstormfase al specifieke beelden te vertalen naar muziek. Bijvoorbeeld hoe de reus door het water stapt.” Dat eerste muzikale idee zou later effectief een plek krijgen, maar dan wanneer de Lange Wapper voor het eerst door de Schelde stapt. “Ik hou er wel van om thematische motieven te gebruiken. Zo zit er doorheen de voorstelling een heel duidelijk pest-thema. (zingt op spottende toon) Na-na-na-na-na. Dat pestdeuntje zit eigenlijk al verborgen in het hoofdthema van Wapper, en doorheen de voorstelling raken de twee meer en meer met elkaar verweven.”
Het thema van pesten staat centraal in de voorstelling. “Het gaat over de dynamiek tussen pestkop en gepeste. Wapper ondergaat beide rollen, en op het einde komt hij tot een moment van zelfreflectie. Hij was altijd al tegen pesten, werd uiteindelijk door zijn grootte zelf gepest, en verandert vervolgens daardoor zelf in een pestkop. Die reflectie komt ook terug in de muziek. Het muzikale motief keert als een soort spiegelbeeld terug wanneer Wapper op het einde terugblikt op wat gebeurd is en een beslissing neemt. De muziek draagt bij tot de conclusie van het hele verhaal.”
Alles kan
Bij een eerdere versie van deze voorstelling, in 2024, had Noah maar een paar weken om de muziek bij elkaar te schrijven. Hoe begin je daar als jonge componist aan? Hoe moeilijk is het om je eigen stem te vinden? “We zitten op een moment in de muziekgeschiedenis waar alles kan. Alles wordt ultrapersoonlijk. Je kan bijvoorbeeld wel bluesinvloeden of een heel cool jazzakkoord verwerken, maar die optie heeft iedereen. Toch ben ik blij als mensen na een concert komen zeggen dat een werk heel hard klonk als iets van mij. Wát dat is, daar kan ik mijn vinger niet op leggen, maar het is ontegensprekelijk mezelf.” Componeren doet Noah aan de piano én aan de computer. “Aan een instrument kan je vrij zijn maar word je ook beperkt door de fysieke mogelijkheden van bijvoorbeeld de piano. Digitaal componeren geeft het omgekeerde probleem: de mogelijkheden zijn net eindeloos. Als alles kan, hoe moet je dan keuzes maken? Daarom probeer ik beide technieken te combineren. Je zou mijn notities moeten zien, die gaan alle kanten uit. Ik schrijf belangrijke progressies en samenklanken uit op papier, en ga er dan digitaal mee aan de slag. Op de computer kan ik alles structureren.”
De oorspronkelijke versie van ‘Wapper’ werd geschreven voor acht muzikanten. “Ik wilde als eerbetoon aan wat ik leerde bij THE TIMES een soort mini-symfonische bezetting met houtblazers, hoorn, slagwerk en strijkers.” In 2026 wordt de tourende voorstelling door drie muzikanten gespeeld. “Er zit veel harmonische rijkdom in die oorspronkelijke bezetting waar ik niet te veel aan wou inboeten. Ik wist dus al snel dat de accordeon een belangrijk instrument zou worden in de nieuwe versie. Ik wilde al langer eens samenwerken met Sebastian Enriques, een van mijn beste vrienden op het conservatorium en een fantastisch accordeonist. Hij kan met zijn instrument akkoorden uit de strijkers overnemen, maar ook klankkleuren van de blazers benaderen. De combinatie met (bas)klarinet en cello biedt bovendien een groot bereik. Sommige klankkleuren gaan onvermijdelijk verdwijnen in de nieuwe versie, sommige worden aangepast. That’s life. Dat maakt allemaal deel uit van het nieuwe arrangement.” De basis van het werk blijft de akoestische klank van het origineel, al zal er nu ook een elektronische touch aan toegevoegd worden: “De vorige keer gebruikten we een logge basdrum bij de momenten waarin Wapper als slechterik wordt voorgesteld. Dat wordt deze keer een moderne, elektronische kick drum. Zo zal je ook in de muziek beter het onderscheid kunnen horen tussen de vele vormen en gedaantes die Wapper aanneemt.”
Zoeken en ontdekken
Hoe kijkt de componist terug op zijn partituur van twee jaar terug? “Het was verrassend leerzaam. Sommige momenten was ik helemaal vergeten, terwijl andere me verbaasden. Passages die op het eerste zicht heel intuïtief leken, blijken achteraf bijzonder doordacht. Je kijkt gewoon op een andere manier naar je eigen muziek. Ik denk dat ik toen veel perfectionistischer was. Alles moest kloppen, zelfs de kleinste details stonden in de partituur vermeld. Ik heb nu geleerd om vertrouwen te hebben in de uitvoerders. Het hoeft niet perfect te zijn. Als ze bepaalde dingen niet kunnen spelen, zullen ze me het tijdens de repetities wel zeggen. Er is ook bewust meer ruimte voor experiment en improvisatie. Deels omdat de voorstelling nu met één in plaats van twee acteurs is. Dat verandert de flow van het verhaal helemaal. De partituur is af, maar er kan nog veel veranderen. Ik heb sowieso te veel geschreven. Liever schrappen dan last minute nog dingen moeten toevoegen. Wat me uiteindelijk vooral boeit, is dat de muziek, het verhaal en de motieven met elkaar verweven kunnen worden. Kleine muzikale thema’s die telkens in een andere vorm terugkeren en daardoor een nieuwe betekenis krijgen. Componeren is zoeken, ontdekken en opnieuw uitproberen. Een beetje zoals Wapper zijn plekje zocht en vond in de stad.”