De klank van thuis

28.11.2025

een bijdrage van Aurélie Walschaert voor Klarafestival

Wie door het werk van componiste Liesbeth Decrock grasduint, merkt meteen haar voorliefde voor ongewone bezettingen en speelse, soms licht ironische titels. Achter die eigenzinnige façade schuilt een componiste met een warme en gevoelige blik op de wereld. Die combinatie maakte haar de geknipte persoon voor het project Klarafestival in de Zorg.

Een week lang verbleef Liesbeth in woonzorgcentrum De Overbron in Neder-over-Heembeek, waar ze zich onderdompelde in het dagelijkse leven van bewoners. Ze ervoer er van dichtbij wat het betekent om een nieuwe thuis te maken van een plek die niet helemaal van jezelf is, en luisterde naar de verhalen van bewoners. Al die indrukken verwerkte ze in een compositie die dit najaar te horen zal zijn tijdens een tournee met het Effel Quartet in verschillende Brusselse zorgcentra.

Hoe heb je de week ervaren?

Het was een best intense en indrukwekkende ervaring. Een woonzorgcentrum is een wereld op zich, met zijn eigen ritme en verwachtingen. Het was voor mij dus even zoeken hoe ik mij daartoe kon verhouden en wat ik zelf nodig had om er te functioneren en te componeren. Maar na enkele dagen viel alles stilaan in zijn plooi.

Hoe anders was het voor jou om op deze plek te componeren?

Ik heb mijn gebruikelijke compositie-setting redelijk goed kunnen nabouwen in de kamer waar ik verbleef, met mijn eigen piano, een kleine keyboard en mijn laptop. Dus dat voelde vrij vertrouwd. Ik merkte wel dat ik me minder goed kon concentreren dan thuis. Om te kunnen componeren, moet ik mij echt alleen kunnen voelen en de buitenwereld kunnen uitschakelen. Dat was hier wel een uitdaging. Wat hielp, was om structuur in mijn dagen te brengen. In de voormiddag nam ik meestal deel aan de groepsactiviteiten en kon ik voorzichtig contact leggen met de bewoners. In de namiddag trok ik mij terug om de indrukken te verwerken en wat te schrijven. ‘s Avonds at ik samen met de bewoners en bleef ik nog wat rondhangen op de gang tussen de twee gebouwen, dat bleek ideaal om een band op te bouwen met een aantal bewoners. Door de gedempte geluiden die uit de verschillende kamers kwamen, of van de keukenploeg die aan het opruimen was, hing er daar ook een heel huiselijke sfeer.

Zijn er tijdens de gesprekken met de bewoners verhalen blijven hangen die jou geraakt of geïnspireerd hebben?

Een thema waar ik in mijn werk vaak naar teruggrijp is dat van een ‘thuis’. Een woonzorgcentrum leek mij de plek bij uitstek om het daarover te hebben. Tijdens de gesprekken merkte ik al snel dat het een thema is dat voor veel bewoners gevoelig ligt. Zo was er een vrouw die de sleutel van haar kamer heel dicht bij zich hield. Voor haar was het belangrijk dat haar kamer steeds op slot was, zodat buitenstaanders er niet zomaar konden binnenlopen. Een andere bewoner gaf dan weer aan dat het gemakkelijker is om je hier thuis te voelen als je al je hele leven in de buurt gewoond hebt. Daar had ik eigenlijk nog niet bij stilgestaan: dat ook wat zich buiten je kamer of huis bevindt, mee bepaalt of een plek vertrouwd aanvoelt. Wat me ook opviel is dat iedereen op een andere manier een nieuwe thuishaven creëert. Vaak schuilt dat in kleine dingen, zoals foto’s of schilderijen die bewoners van hun oude thuis meebrengen, dingen die hen al een heel leven vergezellen. Of de muziek waar ze vroeger naar luisterden.

Kan muziek helpen om je op een vreemde plek thuis te laten voelen?

Voor mij persoonlijk is een thuis een plek waar je veilig bent. Muziek speelt daar een belangrijke rol in. Zo heb ik altijd een koptelefoon bij. Als ik de nood voel om mij even terug te trekken, dan weet ik dat ik die kan opzetten en dat ik kan luisteren naar de muziek die ik ken, of naar een rustige soundscape. Dat helpt mij om ook op een drukke plaats alleen te kunnen zijn en om de thuis in mezelf terug te vinden. Het is als een veilige plek die ik met mij meedraag.

Hoe haal je het thuisgevoel naar boven in de muziek die je aan het componeren bent?

Muzikaal ben ik op zoek gegaan naar hoe ‘thuis’ voor mij klinkt, en zo kwam ik uit bij ronde en uitnodigende klanken. Ik denk dat we allemaal op onze eigen manier op zoek zijn naar iets heel basaal; iets warm en zacht dat je omarmt. En iets wat troost kan bieden als je heimwee ervaart. Dat alles heb ik de afgelopen week proberen te vertalen naar een harmonisch framework voor de compositie. Ik ben ook heel blij dat ik voor saxofoonkwartet mag schrijven: het warme timbre van de saxofoon past wonderwel bij de zoete klanken die ik naar boven wil halen.