“Je kan het niet zomaar overnemen”
06.03.2026
Klaas Coulembier in gesprek met Eric Sleichim, Tomas Serrien en Ward De Ketelaere
Het is 3 maart 2026, de zon geeft warmte alsof ze de nieuwe lente wil aankondigen, en het is dag op dag 38 jaar geleden dat BL!NDMAN haar eerste concert speelde. Dat was op 3 maart 1988 in een tot de nok gevuld Paleis voor Schone Kunsten, het huidige Bozar. Geen betere dag voor een uitgebreid gesprek over de nieuwe lente waar BL!NDMAN voor staat: het afscheid van oprichter en bezieler Eric Sleichim in 2028 en de plannen voorbíj die horizon. Samen met Eric rond de tafel: Ward De Ketelaere en Tomas Serrien, het duo dat de komende jaren de koers van het ensemble zal uitzetten.
Als we vandaag in Vlaanderen rondkijken, zijn er best veel ensembles die opgericht zijn in de jaren 1980, vaak rond één persoon. Anima Eterna met Jos Van Immerseel, Philippe Herreweghe met Collegium Vocale, maar ook Rosas met Anne Teresa De Keersmaeker of Les Ballets C de la B met Alain Platel (al enige tijd verveld tot laGeste). Wat zat er in het drinkwater in de jaren ‘80, dat er toen zoveel initiatieven begonnen zijn die tot op vandaag bepalend zijn in de cultuursector?
Eric: Ja, dat is echt een toeval van tijd en ruimte. Plots was er een echte ontmoeting tussen al die generaties en kunstvormen. Ik zat op het conservatorium en ik weet nog dat ik in de foyer meer bij de theaterklas zat dan bij de muziekklas. Die kregen toen les van Jan Decorte. De conversaties gingen bijvoorbeeld over Shakespeare met een moderne kijk – de kijk van Jan Decorte. Daarna werkte ik met Maximalist!, en in de achterzaal van het café waar we repeteerden, zat ook Jan Fabre te repeteren. Dat was de sfeer …
We zaten toen ook in de kazerne Dailly (de voormalige Prins Boudewijnkazerne aan het Daillyplein in Schaarbeek, red.) om te repeteren, en ik weet nog heel goed dat Alain Platel, toen nog compleet onbekend, daar met een aantal dansers in onderbroek aan het repeteren was. Dat is een beeld dat ik nooit zal vergeten, want er zat trouwens ook een saxofoonkwartet in onderbroek bij (lacht). Wat ik bedoel: er was echt heel veel tegelijk aan het gebeuren. Het was een ongelofelijke smeltkroes, en met een enorme interesse in elkaars werk. Daar voel ik wel een groot verschil met vandaag, waar er meer concurrentie is tussen ensembles en kunstenaars.
Heb je een verklaring waarom dat zo veranderd is?
Eric: Wel, ik denk dat het er deels mee te maken heeft dat er toen nog geen geld was voor cultuur in Vlaanderen. Je had wel de grote huizen, zoals De Munt en de grote orkesten, maar voor kleinere initiatieven was er geen geld, dus moesten we allemaal samen vechten voor onze idealen. Ik herinner me nog dat Anne Teresa De Keersmaeker echt moest gaan bedelen voor middelen. Gelukkig waren er toen in de kunstadministratie ook al een aantal mensen met een hart voor de kunsten, waaronder Marc van Hemelrijck, die ook nog voorzitter is geweest van onze Raad van Bestuur. Die mensen hebben gevochten op politiek niveau om geld te vinden voor kunstenaars die op dat moment echt enorm creatief waren. En het heeft gewerkt.
“Ik had vooral een klankidee, een klankidioom in mijn hoofd”
— Eric Sleichim
Had je bij het oprichten van BL!NDMAN zelf gedacht dat het ensemble er na al die jaren nog zou zijn?
Eric: Die vraag stel je je op dat moment niet. Of die heb ik mij dan toch niet gesteld. Ik bedoel, ik had vooral een klankidee, een klankidioom in mijn hoofd. Al van in het conservatorium wist ik dat ik iets met vier saxofoons wou doen. Op dat moment dacht ik ook helemaal nog niet aan een groot ensemble met strijkkwartet, percussiekwartet, enzovoort. Ik wou echt het uiterste uit die formule van die vier saxofoons halen en het instrument op alle mogelijke manieren bespelen. Ook het idee van arrangementen was er toen nog niet, het moest echt originele saxofoonmuziek zijn, of muziek die op sax interpreteerbaar was, zoals de stukken met vrije instrumentatie van John Cage of zo.
Herinner je je nog wanneer er een kantelpunt was naar een langetermijnvisie en het idee van een groot ensemble dat vijf, tien jaar vooruit kijkt?
Eric: Niet concreet. Ik heb heel veel chance gehad, in zekere zin. Ik heb een aantal mensen ontmoet die belangrijk zijn geweest voor de werking van BL!NDMAN, naast natuurlijk al die kunstenaars met wie we constant in dialoog waren. Zo ben ik heel snel persoonlijk bevriend geraakt met Jan Hoet en ben ik een paar jaar elke maandag in zijn museum gaan werken. Zo ontmoette ik ook mensen zoals Joseph Beuys en Royden Rabinowitsch.
Het allereerste grote stuk dat ik geschreven heb voor BL!NDMAN was Five Movements for Beuys. Gewoon al die première in Bozar, voor een volle zaal, was een unieke kans. Ik kreeg toen meteen ook artikels in De Standaard, De Morgen, De Financieel-Economische Tijd, … Er was toen nog plaats voor cultuur in al die kranten. En ook op televisie trouwens, twee jaar later kreeg ik al een documentaire op de BRT van meer dan een uur. Op die manier hebben we eigenlijk een vlammende start gehad. Na tien jaar heb ik dan pas de noodzaak gevoeld om de esthetiek te gaan uitbreiden. Toen kwamen de arrangementen van Bach en zo.
(video onder: © Pieterjan Braet)
En ondertussen is BL!NDMAN gegroeid tot een structureel gesubsidieerd en groot ensemble met alle mogelijke kansen en uitdagingen die daarbij horen. Dat brengt ons bij vandaag, nu de overgang is ingezet naar je opvolging. Jullie zetten die overgang in de verf als een heuse transitie en nemen daar ruim de tijd voor. Waarom is dat?
Tomas: Een transitie is voor ons vooral een kwestie van het verleden mee te nemen naar de toekomst, maar tegelijk ook een nieuw verhaal te scheppen dat op de een of andere manier wel past binnen het BL!NDMAN-verhaal. Ik vind het een heel dankbare opdracht om te gaan bedenken hoe je iets dat al zo lang bestaat, een nieuw gezicht kan geven.
Aan de andere kant is het natuurlijk ook een grote uitdaging. Het is vandaag exact 38 jaar geleden dat Eric met zijn eerste optreden BL!NDMAN op de kaart heeft gezet. De tijd is ondertussen hard veranderd, maar ik vind het wel mooi dat iets kan blijven bestaan in een andere tijd en met nieuwe mensen. Daar zit voor ons dan ook de zoektocht: hoe kunnen die voorgeschiedenis en dat nieuwe verhaal op de een of andere manier in elkaar klikken? Daarvoor is deze transitieperiode wel noodzakelijk.
Een continuïteit, maar dan met nieuwe accenten?
Tomas: Momenteel werken we aan een nieuw beleidsplan, en dat is nu wel in de eerste plaats een zoektocht: wat kan er in de huidige situatie, in deze tijd, met de sector zoals die nu in elkaar zit? Ik vind het ook belangrijk om in die transitie wel de sprong te durven wagen om iets nieuws te doen, al is dat idee van vernieuwing vandaag ook iets helemaal anders dan hoe Eric daarnet de jaren 1980 beschreef. Je moet ook niet naïef zijn en denken dat je hetzelfde recept als toen kan volgen. Ook de economische situatie is helemaal anders. Waar kunstenaars toen moesten vechten voor de financiële ondersteuning, is dat vandaag veel meer geïnstitutionaliseerd. Tegelijk zie je nu een andere economische strijd. Het gaat dan over uitkoopsommen, de verkoop van producties, … binnen een veel grotere concurrentie omdat het aanbod zo gegroeid is. Ik denk dat het, zowel voor programmatoren als voor makers, soms moeilijk is om keuzes te maken.
“Ik vind het een heel dankbare opdracht om te gaan bedenken hoe je iets dat al zo lang bestaat, een nieuw gezicht kan geven.”
— Tomas Serrien
Ook al wil je de geest van het ensemble vandaag en morgen behouden, de context waarin je dat doet, is helemaal anders dan in de beginjaren.
Tomas: Ja, en dat is voor mij – eerlijk gezegd – de moeilijke balans die we moeten zoeken. We willen rekening houden met de context waarbinnen de kunstensector nu zit. (tegen Eric) Op dat vlak vind ik het wel interessant om te horen dat jij daar eigenlijk op dat moment, toen je begon, nog niet echt mee bezig was.
Eric: Dat is het grote verschil natuurlijk met ensembles zoals Collegium Vocale of Anima Eterna. Daar heb je dirigenten die hun ziel geven aan een ensemble vanuit een visie en gedrevenheid, maar die geen nieuw artistiek gegeven willen creëren. Ik zag BL!NDMAN altijd als een kunstwerk. Ik zeg dat in alle nederigheid: een kunstwerk in de zin van een creatie, een alomvattend creatief gegeven. Zowel scenisch als met oog voor klassieke kunst, maar ook voor video, voor dans uiteraard, en voor muziek. Voor mij waren muziek en klank eigenlijk belangrijker dan welke stukken we zouden spelen. En in die zin is het natuurlijk veel moeilijker om dat project door te geven. Daarom heb ik lang gezocht naar iemand die het eventueel zou kunnen overnemen, iemand met een vrije en creatieve geest. Tegelijk is het probleem dat, wanneer je een componist het laat overnemen, die vooral zijn muziek gaat laten spelen of minstens vanuit zijn muziek en stijl gaat denken.
Eric, jij hebt natuurlijk altijd een erg brede rol gehad, zoals je zegt vanuit een kunstenaarsmentaliteit, maar ook als arrangeur, componist, muzikant, dramaturg, … Nu hebben jullie ervoor gekozen om met twee profielen verder te gaan.
Eric: Tomas is eigenlijk bij BL!NDMAN gekomen om mee te werken aan de verkoop. Hij heeft dat meteen goed gedaan, maar eigenlijk had hij niet het juiste profiel. Sterker nog, bij de sollicitaties hadden we zijn dossier meteen weggelegd: interessant, maar geen verkoper. Maar toen zag ik dat hij ook boeken schreef en ben ik die beginnen lezen. Op basis daarvan wilde ik hem toch eens uitnodigen, al was het maar voor een verkennend gesprek. Uiteindelijk hebben we dan toch voor hem gekozen, en van het één kwam het andere. Tomas is ook muzikant, wat ik wel heel belangrijk vind, maar hij heeft geen klassieke muzikale vorming. En je moet wel partituren kunnen lezen om repetities te kunnen leiden. Wie was dan de eerstvolgende persoon die daarvoor echt in aanmerking kwam? Dat is Ward, met wie ik al twintig jaar werk, en aan wie ik ook eerder al had gedacht om BL!NDMAN ooit over te nemen. Ik vond het namelijk goed om een aantal muzikanten te betrekken bij de opvolging. Maar goede muzikanten hebben nog niet per se een ruimere visie over kunst of muziek. Dat is geen waardeoordeel, maar je hebt een visie of je hebt ze niet. En bij Ward voelde ik dat wel. Dus eigenlijk was dat – als dat kon klikken tussen die twee – het ideale beeld.
Ward, je draait al een hele tijd mee bij BL!NDMAN, hoe is het begonnen?
Ward: Ik zat nog op het conservatorium, dat moet 2006 of 2007 geweest zijn, nu zo’n twintig jaar geleden. Toen waren net de juniorkwartetten opgericht, waaronder een slagwerkkwartet. Op een bepaald moment ben ik ingevallen als vervanger en uiteindelijk is de muzikant die ik verving niet meer teruggekomen. Mijn hele professionele carrière is BL!NDMAN geweest. Wat superleuk is. De helft van de periode dat BL!NDMAN bestaat, heb ik dus ook meegemaakt, en in die tijd heb ik van heel dichtbij kunnen zien hoe Eric werkt. De laatste jaren zijn we dan ook effectief meer gaan samenwerken.
Wanneer is je rol veranderd, van louter muzikant naar het bredere verhaal?
Ward: Ik heb altijd ook een parallelle carrière proberen te maken in de HaFaBra, de wereld waarin ik ben opgegroeid en waarin ik ook werk als dirigent, arrangeur en componist. Ik ben een paar jaar uit BL!NDMAN geweest om andere dingen te gaan doen, en toen ik er ongeveer tien jaar geleden weer bij kwam, ben ik beginnen componeren voor het slagwerkkwartet, omdat we niet altijd de juiste programma’s vonden. Het slagwerkrepertoire is gigantisch, maar er is niet zo heel veel dat aansluit bij wat wij willen doen. Dus gingen we op zoek naar onze eigen taal.
Een concreter moment was rond de première van BL!NDMAN plays MOONDOG. We zaten toen bij Pieter Pellens thuis. Raf Minten zat toen al niet meer in BL!NDMAN, maar hij speelde deze productie mee omdat het met een uitgebreid sax ensemble was. Ik zat daar in de tuin en Raf zei: “Zou BL!NDMAN niets voor jou zijn om over te nemen? Want ja, Eric moet ooit een keer op pensioen gaan.”
Ik heb enorm veel respect voor Raf, dus ik nam zijn woorden ernstig, en ik had zelf ook al wel nagedacht over wat we met het slagwerkkwartet zouden doen mocht BL!NDMAN er op een dag niet meer zijn. En toen dacht ik: waarom alleen maar denken aan die drums en niet gewoon aan BL!NDMAN? Een uur later, na het eten, ben ik met Eric in diezelfde tuin gaan zitten en heb ik hem dat ook gezegd.
Tegelijk kan je het niet zomaar overnemen. De tijden zijn veranderd, alles is veel complexer geworden en de rol van een artistiek of muzikaal leider is veel breder. Ik denk niet dat het mogelijk is om één persoon te vinden om het hele profiel van wat Eric al zo lang deed, in te vullen. Dus heb ik toen al gezegd dat een team of een tweede persoon noodzakelijk zou zijn. Enkele jaren later kwam Tomas, en dat blijkt nu goed te werken!
Dat lijkt me ontzettend belangrijk voor zo’n tandem: je moet intensief samenwerken, je moet keuzes maken.
Tomas: De rol van een artistiek leider valt vandaag nog moeilijk in te vullen vanuit het oude idee dat één iemand een artistiek idee heeft en dat vervolgens wil uitwerken met zijn team. Ik vind het heel interessant wat er nu aan het gebeuren is. Ik kan gemakkelijker dan Ward afstand nemen van wat er precies gespeeld wordt, waardoor je op de een of andere manier een meer dramaturgische blik hebt. Dat geeft mij meer ruimte om te kijken wat er nu eigenlijk nog allemaal speelt, en wat leeft er in de sector.
Toen ik bij BL!NDMAN die functie van verkoop kreeg, was dat in die zin misschien wel een geluk bij een ongeluk. Door te verkopen, door ook een zakelijk aspect van het ensemble in te vullen, ontdek je bijvoorbeeld hoe programmatoren denken en hoe je daarop kan inspelen. En dat is wel iets dat, hoe je het ook draait of keert, belangrijk is vandaag. En natuurlijk is het ook, zoals Ward zegt, belangrijk om het werk te verdelen omdat het gewoon heel veel is.
Jullie gaan uit van een horizontale organisatiestructuur, om het in bedrijfskundige termen te noemen.
Tomas: Ja, dat zijn we op die manier aan het uitwerken. Je hebt nu de termen muzikale leider, artistieke leider, maar eigenlijk hebben wij gewoon samen de artistieke leiding in handen. Het is natuurlijk wel belangrijk dat er een soort eindbeslisser is over bepaalde projecten, dus in die zin zie ik mezelf eerder als degene die werk aanlevert, terwijl Ward dan eerder bekijkt hoe we dat uitvoeren. Maar ook verder in het proces blijft dat voortdurend heen en weer gaan. Vanuit mijn boeken heb ik een hele duidelijke focus op muziekbeleving – dat willen we in de toekomst nog meer uitwerken. En in die zin past het ook wel goed bij het BL!NDMAN-profiel, omdat BL!NDMAN altijd heel veel bezig is geweest met ingrijpen in de context waarin er geluisterd wordt.
“Wat BL!NDMAN is, dat zijn onze musici, en een bepaalde mentaliteit die we hebben opgebouwd.”
— Eric Sleichim
Binnenkort speelt er een nieuwe voorstelling tijdens Klarafestival, samen met Zwerm. Geeft die voorstelling al een beeld van wat er in de komende tien jaar van BL!NDMAN mogelijk is?
Tomas: Er is een aspect aan dat zeker wel zal doorlopen, de visie op oude muziek bijvoorbeeld. We hebben een lange traditie met oude muziek, maar het is niet evident om een vervolg te breien op wat Eric heeft gedaan met de muziek van Bach en zo. Wat we interessant vinden aan de oude muziektraditie is dat muziek in die tijd ook op een heel andere manier werd beleefd dan vandaag. En ik vind het heel tof om te werken vanuit een muziekfilosofisch concept dat dan hedendaags wordt geïnterpreteerd. In de voorstelling voor Klarafestival gaan we eigenlijk zeer vrij om met het madrigaalrepertoire en proberen we een alternatieve aanpak ten opzichte van de authentieke uitvoeringspraktijk.
We hebben ook heel bewust gekozen voor een dialoog tussen Gesualdo en Maddalena Casulana en Vittoria Aleotti, twee vrouwelijke componisten van die tijd. Ze hebben elkaar nooit ontmoet, maar alle drie speelden ze wel een rol in de madrigaalcultuur. Het dramaturgische vraagstuk is dan hoe de geschiedenis op zo’n manier vorm krijgt dat Gesualdo berucht en beroemd is geworden – zowel door zijn privéleven als door fantastische madrigalen – terwijl dat voor de vrouwelijke componisten helemaal anders is gelopen. Dat soort vraagstukken zijn natuurlijk erg actueel vandaag.
“De identiteit van BL!NDMAN zit vooral in hoe wij iets brengen, eerder dan wat we spelen.”
— Ward De Ketelaere
In 2028 zal de geplande overgangsperiode voltooid zijn. Hoe ziet BL!NDMAN er uit in 2038?
Ward: Tegen dan zal er 50 jaar BL!NDMAN geweest zijn, een ensemble dat een heus traject heeft doorgemaakt. Wat het dan zal zijn, weet ik niet, maar BL!NDMAN zal altijd wel BL!NDMAN blijven.
En wat is dat dan? Wat is die kernwaarde van BL!NDMAN?
Ward: De identiteit van BL!NDMAN zit vooral in hoe wij iets brengen, eerder dan wat we spelen. Dat is het hele dramaturgische dat Eric altijd belangrijk heeft gevonden en wat hij mij ook heeft geleerd: hoe ziet het eruit, wat is de positionering, de omkadering waarin je iets doet. Als we spreken over oude muziek, de manier waarop de saxofoons Bach hebben gespeeld, dan is dat helemaal BL!NDMAN. Nu doen we net iets anders met de madrigalen van Gesualdo omdat we met een andere bezetting zitten (samen met Zwerm, red.), maar ook hier blijven we trouw aan de partituur en doen we er ons eigen ding mee.
Tomas: Je hebt volgens mij twee aspecten in het DNA van BL!NDMAN. Je hebt het muzikale DNA en je hebt het artistieke DNA, dat is dan breder met het dramaturgische erbij. We hebben een bepaald klankidioom dat, zeker voor de saxen, zeer specifiek is. Wat daarbij hoort, is de focus op klank en het ‘oneigenlijke’ gebruik van het instrument. Dat is uiteindelijk wat Eric vanaf het begin heeft gedaan en wat hem ook bekend heeft gemaakt. Daarnaast is er het multimediaal karakter. We hebben altijd samenwerkingen gehad met theater, film, enzovoort, en ook Eric heeft altijd de reflex gehad om muziekstukken eerder te benaderen vanuit de kijk die een schilder, een plastisch kunstenaar of een schrijver zou hebben. Het is ook zeker mijn doel om dat interdisciplinaire te behouden.
Recent hebben we bijvoorbeeld gewerkt met black metal band Wiegedood. Die komen natuurlijk uit een totaal andere wereld, maar we hebben samen naar het concept van dronemuziek gekeken en dat samengebracht als een dialoog tussen twee werelden. Wat ik ook heel kenmerkend vind voor BL!NDMAN is dat we daarmee nu spelen op Roadburn. Dat is niet meteen de plek waar ik andere ensembles zie staan, maar dat past wel bij ons. Ons rebels karakter willen we ook wel behouden … Ook heel kenmerkend voor BL!NDMAN is het idee van het kwartet. Dat is denk ik ook wel iets dat ons een duidelijk profiel geeft, ook voor een programmator.
Ward: Het feit dat ik naar mijn gevoel altijd al bij BL!NDMAN heb gespeeld, kan ik ook niet zomaar achterwege laten. Elk idee is wel ergens gestolen van Eric, of gekregen, geërfd (lacht).
Tomas: Ja, dat is het wel. Ik zal daar natuurlijk wat andere dingen in injecteren, wat underground esthetiek, wat filosofische theorieën, en dan gaat Ward meteen ook voelen of dat al dan niet matcht.
Eric, in de afgelopen jaren heb je heel wat verwezenlijkt met BL!NDMAN, en ongetwijfeld ook wel eens fouten gemaakt. Welke fouten wens je je opvolgers wel of niet toe?
Eric: Ik zou het niet meteen fouten willen noemen, maar als je samenwerkt met andere kunstenaars is het op voorhand vaak moeilijk om alle aspecten van een productie in te schatten, ook de financiële aspecten. Je maakt een budget en je denkt: zoveel technici, zoveel musici, zoveel repetities, … en uiteindelijk blijkt dat je je misrekend hebt. Ook op vlak van techniek kan je zo al eens voor verrassingen komen te staan. Ik maakte vroeger soms de fout om een half uur voor de voorstelling nog iets te veranderen in de computer. Dan loopt het gegarandeerd fout tijdens de voorstelling (lacht). Wat voor mij een enorme les was, was het werken met Ivo van Hove. Al een week op voorhand waren er technische repetities om alles perfect af te stemmen qua belichting en versterking. Ik herinner me dat er ooit, een paar dagen voor de première, dingen waren waar we nog niet tevreden over waren (Ivo zelf in de eerste plaats) en toch veranderde hij het niet meer. Hij zei: tot hier zijn we gekomen, en dat wordt het. En ik weet nog dat hij na een première in Berlijn ongelukkig was, en ik wist waarom, maar ik vond het zo straf dat hij dat voor zichzelf kon beslissen: daar blijft het bij. Dat is ook belangrijk omdat je met mensen op podium zit. Een plastisch kunstenaar kan tot op het laatste moment een schilderij met een mes doorklieven, maar bij het omgaan met musici, met technici, kan dat natuurlijk niet.
“Er is geen enkele muzikant die bij BL!NDMAN speelt om een job te hebben. Je gaat bij BL!NDMAN spelen omdat je bij BL!NDMAN wilt spelen.”
— Ward De Ketelaere
Dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste, dat je altijd met mensen werkt.
Eric: Absoluut. Wat BL!NDMAN is, dat zijn onze musici, en een bepaalde mentaliteit die we hebben opgebouwd. Zo heb ik bijvoorbeeld altijd meegegeven aan muzikanten om de technici in een zaal te respecteren. Die mentaliteit zit misschien ergens tussen de rockwereld, een invloed die Tomas ook vaak aanhaalt, en alle kennis die we dankzij de conservatoria en andere studies hebben meegekregen. Het is een soort humanisme. Ik denk dat het de eerste keer is dat ik dat woord gebruik voor BL!NDMAN, maar dat is het wel. Dat is volgens mij een hele grote waarde van dit ensemble, en dan is het voor mij niet alleen Tomas en Ward, en heel onze staf, die heel goed functioneert, maar ook al die musici, die ook al zo lang met ons meespelen. Je voelt ook bij muzikanten die bij BL!NDMAN zitten dat dat echt hun groep is.
Tomas: Alle muzikanten hebben ook wel een apart profiel, net zoals wij ook allemaal vanuit alle kanten beïnvloed zijn. Dat vind ik wel heel opvallend, en wat Eric zegt over mentaliteit klopt ook. Ik zou dit werk niet zomaar bij elk ensemble kunnen of willen doen. BL!NDMAN is wel echt een ensemble van vrije geesten. Er is op artistiek vlak heel veel mogelijk.
Ward: Er is geen enkele muzikant die bij BL!NDMAN speelt om een job te hebben. Je gaat bij BL!NDMAN spelen omdat je bij BL!NDMAN wilt spelen. Ook hier is het kwartet een specifiek gegeven. Dat is echt anders dan een trio, een kwintet, of een ander soort ensemble. Een kwartet heeft een heel bijzondere dynamiek. Dat was één van de eerste dingen die Eric ooit vertelde tegen ons, helemaal in de beginjaren. Stel dat één muzikant vervangen wordt binnen een kwartet, dan kan ieders rol in het kwartet opnieuw helemaal veranderen. Degene die altijd op tijd komt, kan dan plots de laatkomer zijn. Binnen die kwartetten ontstaan er verhoudingen tussen de musici die gewoon werken, waardoor er ook veel mogelijk is. Er is een grote tolerantie, niet alleen naar elkaar toe, maar naar externe factoren, zoals een computer die niet werkt en die we dan voor de zevende keer opnieuw moeten opstarten (lacht).