Christina Wallumrød Ensemble © Mizuho Yabe

Double Bill: Interwoven Glow

20.04.2026

een bijdrage van Jasper Gheysen voor LUNALIA

Soms is een avond geen opeenvolging van stukken, maar één doorlopende ervaring. Twee stemmen, twee werelden en toch een onderliggende verwantschap die zich pas gaandeweg prijsgeeft. In Double bill – Interwoven Glow ligt die verwantschap niet aan de oppervlakte, maar in een gedeelde manier van luisteren: aandachtig, tastend, gericht op wat zich tussen de klanken afspeelt.

Het eerste deel van de avond wordt ons voorgeschoteld door Heleen Van Haegenborgh, die met High Carbon terugkeert naar haar eerste instrument, maar het tegelijk radicaal herdenkt. Ooit opgeleid als pianist binnen het hedendaagse klassieke repertoire, heeft ze haar praktijk de voorbije jaren steeds verder opengebroken richting compositie, geluidskunst en interdisciplinair werk. Met High Carbon vallen die lijnen samen: de pianist en de componist zijn niet langer van elkaar te onderscheiden, maar vormen één onderzoekende stem. Die stem richt zich niet op melodie of virtuositeit, maar op de oorsprong van klank zelf. Het concept is opgebouwd rond diverse substanties: hout, staal, koper en kristal. De titels van de stukken lezen als inventarissen van materie, als aanwijzingen voor wat er werkelijk klinkt. Want wat Van Haegenborgh onderzoekt, is hoe klank ontstaat uit fysieke eigenschappen: spanning, wrijving, weerstand. De piano wordt daarbij geen instrument in de traditionele zin, maar een resonantielichaam, een klankmachine die van binnenuit wordt geopend en bewerkt.

Heleen Van Haegenborgh © Virginie Schreyen

Prepared piano en elektronica vormen de kern van dat onderzoek, maar belangrijker nog is de manier waarop ze in elkaar overvloeien. De grens tussen akoestisch en elektronisch wordt doelbewust onduidelijk: een resonantie kan zowel uit een snaar als uit een sample voortkomen, een puls zowel mechanisch als digitaal. Wat overblijft, is een hybride klankwereld waarin de oorsprong van het geluid minder belangrijk wordt dan zijn aanwezigheid.Toch blijft dit concert ver weg van het louter demonstratieve dat het experimentele genre soms kenmerkt. Waar klankonderzoek elders kan verzanden in effectbejag of technische virtuositeit, blijft Van Haegenborgh opmerkelijk dicht bij een emotionele kern. Haar muziek wil niet imponeren door te tonen wat er technisch allemaal mogelijk is. Het voelen van de muziek én klank staat centraler. De geluidsconstructies die ze opbouwt, nodigen uit tot een geconcentreerde vorm van luisteren en aanwezig zijn in het moment.

Die ervaring is allesbehalve statisch. Binnen het ogenschijnlijk fragiele oppervlak schuilt een grote dynamische rijkdom. Klanken kunnen tintelen en bijna verdwijnen, zoals in Horsehair, Wood and High Carbon, maar even goed verdichten tot donkere, onheilspellende texturen of plots openbreken in explosieve erupties. In langere structuren, zoals het intense Nylons, ontstaat een bijna industriële spanning, waarin herhaling en transformatie elkaar versterken. Het zijn geen composities die zich lineair ontvouwen, maar constellaties van klank, sonische sculpturen die zich telkens anders laten ervaren. Wat daarbij opvalt, is de rol van ritme, vaak in een onconventionele vorm. Geen expliciete puls, maar een onderhuidse beweging die richting geeft aan het luisteren. Van Haegenborgh vermijdt het vrijblijvende zweven dat vaak met ambient wordt geassocieerd, zelfs in de meest verstilde passages blijft er een interne motor voelbaar. Haar muziek beweegt, zoekt en vraagt van de luisteraar dezelfde betrokkenheid.

Na de intense, naar binnen gerichte klankwereld van Heleen Van Haegenborgh opent het tweede deel van de avond zich naar een meer collectieve ruimte. Het ensemble rond Christian Wallumrød brengt muziek die vertrekt vanuit dezelfde aandacht voor detail, maar die klank niet langer onderzoekt als materie, eerder als relatie: tussen musici, tussen structuren, tussen momenten in de tijd. Wallumrød, een sleutelfiguur binnen de Noorse jazz- en improscène, ontwikkelde een uitgesproken eigen idioom op het kruispunt van compositie en improvisatie. Zijn werk bestaat vaak uit zorgvuldig opgebouwde structuren waarin ruimte blijft voor vrijheid en interactie. Korte motieven, repetitieve figuren en open harmonieën vormen het vertrekpunt voor een muziek die voortdurend in beweging is, zonder ooit nadrukkelijk richting een climax te sturen.

In dit programma hoor je die werkwijze in volle ontwikkeling. Klanklagen worden opgebouwd en weer afgebroken, patronen verschuiven subtiel en het ensemble beweegt als één organisme door verschillende spanningsvelden. Soms ontstaat er een bijna verstilde concentratie, dan weer een pulserende onderstroom waarin ritme en herhaling de muziek vooruit duwen. Elektronische elementen en akoestische instrumenten vloeien daarbij naadloos in elkaar over, zonder duidelijke scheidingslijn. Zijn ensemble functioneert niet als een verzameling solisten, maar als een hecht klanklichaam waarin elke stem evenveel gewicht draagt. Wat ontstaat, is muziek die niet toewerkt naar een dramatische ontlading, maar zich geleidelijk ontvouwt. De spanning zit in kleine verschuivingen: een accent dat net anders valt, een klank die langer blijft hangen, een stilte die richting geeft aan wat volgt.

In die zin vormt dit tweede deel geen breuk, maar een verbreding van het eerste. Waar Van Haegenborgh de klank van binnenuit open legt, plaatst Wallumrød die in een gedeelde ademruimte. Beide benaderingen vertrekken vanuit dezelfde precisie, dezelfde aandacht voor het fragiele evenwicht tussen controle en vrijheid. Binnen het festivalthema Gloed krijgt die overgang een bijzondere betekenis. Geen plots contrast, maar een verschuiving in intensiteit: van een geconcentreerde binnenwereld naar een open, collectieve spanning.