FLOS met Ensemble Gamut! een multizintuigelijke reflectie!
14.09.2025
een bijdrage van Johan Geerts voor Musica Divina
FLOS is een interdisciplinair concertconcept, tot leven gebracht door Ensemble Gamut! van Aino Peltomaa in samenwerking met beeldend kunstenaar Vappu Rossi en geluidskunstenaar Tuomas Norvio. Als thema bezingt en bespeelt ensemble Gamut! bedreigde bloemsoorten uit het Arctisch gebied. Terwijl men musiceert, tekent Vappu Rossi live monumentale bloembeelden, geïnspireerd door de fragiele flora uit het hoge Noorden. Tuomas Norvio vangt in real time geluiden van Rossi’s ‘tekenactiviteiten’ en verweeft deze met de muziek, zodat de contouren van de bloemen tegelijkertijd hoorbaar en zichtbaar worden. Zo lijken verdwenen of bedreigde Arctische bloemen opnieuw tot leven te komen, ingebed in een soundscape van stem, harp, bellen, jouhikko (soort lyra), middeleeuwse blokfluiten en elektronische muziek.
Het concert verbindt middeleeuws repertoire – onder meer Birgittijnse gezangen en werken van Hildegard von Bingen – met Peltomaa’s eigen composities en teksten. FLOS onderzoekt de grens tussen levend en niet-levend, tussen wat nog bloeit en wat al verdwenen is. Het geheel gaat veel verder dan een esthetische ervaring; het is een reflectie op de vergankelijkheid van de natuur en de relatie mens/milieu waarbij je als luisteraar wordt bevraagd.
Middeleeuwse muziekliteratuur, veelal bewaard in kloosters, wemelt van bloemenbeelden. Toch is een groot deel van het repertoire verloren gegaan, je kan daarin een analogie zien met de bloemen. Maar er is ook positief nieuws: nog steeds worden nieuwe manuscripten gevonden zodat de rijke muzikale traditie blijft voortbestaan, gedragen door geëngageerde musici en geïnteresseerd publiek. Zo ook kunnen vele arctische bloemen nog gered en beschermd worden. Het is nog niet te laat.
Naast middeleeuwse melodieën met bloemthema’s, vormen Peltomaa’s eigen composities en teksten over bedreigde arctische bloemen een brug tussen het gevarieerde concertmateriaal en weerspiegelen ze de immateriële herinneringen aan onze omgeving, onze thuis. Onze heimat.
Reeds verloren, herontdekt. Vernietigd, verdwenen, gered.
Hildegard von Bingen (1098–1179) voorstellen lijkt overbodig. Ze was een Duitse abdis, mystica, schrijfster en componiste. Haar muziek, grotendeels religieuze gezangen, wordt gekenmerkt door expressieve, vloeiende melodieën en een meditatieve, spirituele sfeer. Ze schreef unieke, visionaire teksten, vaak over de natuur en goddelijke inspiratie die ze voorzag van muziek. Hildegards werk is een van de weinige volledig bewaarde oeuvres uit de Middeleeuwen en blijft invloedrijk binnen zowel historische als hedendaagse muziekpraktijken.
Birgittijnse gezangen verwijzen naar St.-Birgitta van Zweden (1303–1373), de stichteres van de Birgittijnenorde. Deze gezangen zijn onderdeel van de liturgische traditie van haar orde, die bekendstaat om devotie, contemplatie en een sobere, spirituele levensstijl. Ze werden vaak gezongen in kloosters die volgens haar regel leefden en zijn nauw verbonden met de religieuze idealen en mystieke visioenen van St.-Birgitta.
Programma
Micranthes stellaris – Tähtirikko in het Fins – is een compositie van Aino Peltomaa en symboliseert de subtiele aanwezigheid van het leven dat ondanks vele bedreigingen blijft bestaan. Het verwijst naar een kleine plant met witte bloemen met opvallende gele of groene nectarpuntjes in het midden die vooral groeit in sneeuwvlaktes. Het is een eeuwenoude, zeldzaam geworden ‘bewoner’ van het Noorden, voor Peltomaa een metafoor voor doorzettingsvermogen.
In de combinatie Karitas / Jää (leinikille) is Karitas habundat een antifoon van Hildegard von Bingen, waarin wordt uitgedrukt hoe liefde ons allemaal omringt, vanuit de diepten tot voorbij de sterren. Peltomaa combineert deze antifoon met een eigen tekst: Jää (leinikille). De tekst reflecteert over hoe ijs gelijkt op de menselijke geest: hij breekt, smelt, verschuift en verandert van richting. Jääleinikki, de gletsjerboterbloem, komt alleen voor in de noordelijke boreale gebieden van Lapland en de verspreiding ervan neemt voortdurend af. De bloem staat symbool voor de herinnering aan het delicate evenwicht tussen uithoudingsvermogen en vergankelijkheid.
Stabat Mater is een middeleeuws gezang, opgenomen in de liturgische traditie van de Orde van de Predikheren, dat het lijden van de Maagd Maria weergeeft tijdens de kruisiging van haar Zoon. Het behoort tot de sequenties, dat zijn liturgische melodieën die zijn toegevoegd aan de mis Ze worden hoofdzakelijk gekenmerkt door vrije ritmiek en expressieve tekstintonatie. De versie opgenomen in dit programma, dateert uit de manuscripten die voor en na de Reformatie in West-Finland werden gebruikt. Voor Peltomaa belichaamt het Moeder Aarde in haar rouw, pijn en lijden.
Het Birgittijnse gezang Sicut spinarum is afkomstig uit de liedcyclus Cantus Sororum en begint met het elektronisch bewerkte geluid van het tekenen. De tekst vertelt dat net zoals de geur van een roos niet wordt verminderd door haar doornen, zoals de zachtaardigheid van de Maagd Maria – de wortel van de geur van alle deugd – niet aangetast wordt door haar lijden.
Tijdens het uitvoeren van Diabolus sylvarum tijdens een concert in augustus 2024 vond een van de zwaarste overtredingen van de Natuurbehoudwet in Finland plaats. Een bosbedrijf reed over duizenden bedreigde beekparelmosselen in Finland. Deze weekdierensoort is één van de langst levende ongewervelde dieren ter wereld. In dit stuk zingt Aino Peltomaa de Latijnse namen van mosselen samen met deze van bedreigde arctische bloemen.
Tuutulaulu pikkulehdokille is een wiegelied opgedragen aan een kindje dat op vierjarige leeftijd overleed. Het gebeurde tijdens het componeren van de muziek voor het album MI, waarop dit programma gebaseerd is. Een moeder die haar kindje verliest, je kan aan niets ergers denken. Pikkulehdokki – de nachtorchis – is ernstig bedreigd. Toch is er hoop. Altijd!
O frondens virga (O groene tak) van Hildegard von Bingen, gearrangeerd voor blokfluit, symboliseert de eeuwige kracht en het wonder van de natuur om zichzelf te hernieuwen en te helen. Hoewel de mensheid in de toekomst misschien zal ophouden te bestaan, zullen de aarde en de natuur telkens opnieuw de kracht vinden om opnieuw te beginnen of verder te gaan.
Er bestaat een rijke erfenis aan spreuken in de Finoegrische gebieden aan de Oostzee. Men geloofde dat die spreuken de kracht hadden om te genezen en te vernietigen, geesten op te roepen en demonen te verdrijven. Sommige spreuken werden gebruikt in het dagelijks leven. Ze konden gesproken, gefluisterd, gedacht of gezongen worden. Käärmeen luku is een interpretatie van een oude Runo-songtekst, de spreuk van de slang. In dit arrangement wordt ze gecombineerd met een fragment van een Birgittijns gezang Latuit in blando, dat het gesis van de slang beschrijft. Met de komst van het Christendom versmelten heidense en christelijke tradities, wat in de vroege spreuken te horen is.
In Mieli meni wordt het bos verkend, geïnspireerd door wat de sjamanen van het Noorden zouden hebben gegeten tijdens hun riten en festiviteiten om veranderde bewustzijnstoestanden te bereiken.
Hullukaali – het bilzekruid – is een plant die lang geassocieerd werd met halucinerende eigenschappen. Het antifoon Hodie aperuit van Hildegard von Bingen, beschrijft hoe een poort, geblokkeerd door een slang, zich opent. Het is een metafoor voor Maria die als maagd de poort van het Hemselse heil opent. Hoewel norjanarho – het Noorse zandmuur – een van de meest bedreigde bloemsoorten is rond de Noordpool, blijft ook deze plant zich aardig verzetten tegen de verdwijning.
Met de laatste twee werken op het programma, O viridissima virga, op een extatische tekst van Hildegard von Bingen en de eigen compositie Virta wil Aino Peltomaa iedereen een goede thuiskomst toewensen met de boodschap: ‘laten we blijven houden van en betoverd blijven door het wonder van het leven!’