In de ban van modulaire synthesizers
08.03.2026
een bijdrage van Guillaume De Grieve voor Concertgebouw Brugge
Componisten als Xenakis, Babbitt en Stockhausen waren in de jaren 1960-70 meteen in de wolken door de ongekende mogelijkheden van modulaire synthesizers. De instrumenten van fabrikanten als EMS, Buchla, Moog en Serge veranderden de manier waarop klassieke muziek werd gecomponeerd en uitgevoerd. Artiesten hadden plots de vrijheid om klanken te produceren die nog nooit eerder waren gehoord. Tijdens deze Deep Listening Night staat nieuw werk voor de iconische EMS Synthi 100 naast synth-legende Suzanne Ciani. De Oekraïense Heinali laat zich inspireren door (Vlaamse) polyfonie en Cinna Peyghamy combineert de tombak (Perzische drum) met de modulaire synthesizer in een zoektocht naar ongekende melodische en sonische klankwerelden. Een expo met fabrikanten van modules en een lezing over de EMS Synthi maken de onderdompeling compleet.
Guillaume De Grieve neemt ons mee door het programma!
Suzanne Ciani
Ze was erbij toen het zaadje voor modulaire synthesizers werd gepland en ze plukt er nog steeds de vruchten van. Elke artiest die een modulaire synth als deel van hun DNA beschouwt, staat bij haar in het krijt. De eer om Suzanne Ciani te mogen verwelkomen is dan ook groot. Voor Deep Listening Night brengt de Amerikaanse haar jeugdliefde mee: de Buchla 200.
Al tijdens haar universitaire opleiding klassieke muziek ging Ciani overstag voor de nieuwste ontwikkelingen in elektronische muziek. In tegenstelling tot de competitieve, rechtlijnige klassieke muziekcarrière ontdekte ze in elektronische muziek een onafhankelijkheid. De ontmoeting met instrumentenbouwer en ingenieur Don Buchla, toen al oprichter van Buchla Electronic Musical Instruments (BEMI), in 1968 tekende de rest van haar leven. Eind jaren ‘60 kon je je niet zomaar een synthesizer veroorloven dus betaalde Ciani vijf dollar om in een muziekstudio met een Buchla-synth ‘te spelen’. Ze twijfelde dan ook niet om een baan aan te nemen bij Buchla en ging zonder technische ervaring soundboards in elkaar solderen. Haar haar stak ze op met audiokabels.
Het waren jaren van nieuwsgierigheid en grenzen verleggen. “When I worked for Buchla, we didn’t use the word ‘synthesizer.’ It was too much of a defined term. It’s shorthand for saying an instrument makes something electronically. But in my brain, the analog modular is completely separate from a keyboard-focused instrument.”, vertelt Ciani. Met oog (én oor) voor de eindeloze mogelijkheden van Buchla-synthesizers besloot ze opnames te maken met het halvemaanvormige instrument. Het potentieel werd nog niet door iedereen erkend en het glazen plafond van een technologische mannenwereld was nog niet gebroken. Seven Waves kreeg enkel een release in Japan en Voices of Packaged Sounds een oplage van slechts vijftig exemplaren.
De Buchla 200 is Ciani’s meest gebruikte synthesizer in de jaren ‘70. Initieel niet ontwikkeld als een instrument om live mee op te treden, maar geleidelijk aan met het succes van Ciani gegroeid tot een ideale stage partner. Op de 200 schreef ze jingles voor onder andere Coca-Cola, filmmuziek en maakte ze een disco-album van Star Wars. Ciani won harten en de Buchla 200 zorgde voor de puls. Ze bracht het instrument naar het grote publiek in een tijd dat angst de overhand nam; houtblazers in een symfonisch orkest waren oprecht bang dat ze hun job zouden verliezen aan synthesizers.
Vandaag zijn er nog houtblazers én bespeelt Suzanne Ciani opnieuw de Buchla 200, hetzij op een variant (200e) met een digitale component die aangesloten kan worden op computerprogramma’s. “It’s like riding a bicycle for me,” geeft ze toe over haar band met de 200. Gelukkig voor ons heeft Ciani haar fiets nog niet aan de haak gehangen.
Rashad Becker, Floris Vanhoof & Natasha Pirard
Tussen 1971 en 1977 rolden er dertig stuks van de EMS Synthi 100 over de toonbank. Figuurlijk, want deze ‘kast’ van een modulaire synthesizer is ongeveer twee meter breed, één meter diep en weegt net geen twee ton. De cult-synth werd uitgevonden door Peter Zinovieff en geproduceerd door Electronic Music Studios in Londen. In de nasleep van de experimenten van componisten als Pierre Schaeffer en Karlheinz Stockhausen gingen de dertig exemplaren de wereld rond naar onderzoekscentra en nieuwsgierige zielen: de BBC, de Studio für Elektronische Musik in Köln (waar Stockhausen ermee aan de slag ging), het Contemporary Music Research Centre in Athene en zelfs Stevie Wonder. Dichter bij huis kocht het Instituut voor Psychoacustica en Elektronische Muziek (IPEM), verbonden aan de UGent, in 1979 een van de laatst geproduceerde instrumenten. Dankzij een nauwkeurige restauratie tussen 2015 en 2017 is die vandaag een van de handvol nog functionerende exemplaren. Een trots van onderzoekers, een troef voor muzikanten. De Synthi 100 blijft een ontmoetingsplek voor ingenieurs, kunstenaars en wetenschappers.
Wat maakt deze EMS Synthi 100 zo geliefd? Niet enkel de zeldzaamheid, zo blijkt, maar de mogelijkheid om er ook digitale synths en computers aan te koppelen. Heden en verleden schudden elkaar de hand. In het IPEM werd zelfs een hometrainer met allerlei sensoren gekoppeld aan de Synthi 100. Ook als mens raak je verbonden met deze grote vriendelijke reus: “Je kijkt hoe die zich vandaag voelt en welke geluiden er uit komen,” vertelt postdoctoraal onderzoeker Bavo Van Kerrebroeck. Die onvoorspelbaarheid hield ook de broers David en Stephen Dewaele van Soulwax wakker; met het album DEEWEE Sessions VOl.1 (2020) als verbluffend resultaat. De Gentse musicologe en muzikante Natasha Pirard deelt niet alleen een zwak voor modulaire synths met Soulwax, maar zit ook op hun label. Op haar jongste plaat Fernande, Cecile (2025) graaft ze via synths in haar geheugen en die van haar mama. Tijdens haar residentie bij IPEM én ten huize Dewaele leerde ze de Synthi 100 kennen – eerst als een vreemde eend, later als een onmisbare metgezel. Ook voor installatiekunstenaar Floris Vanhoof is deze synth geen onbekende. In 2024 maakte hij deel uit van een ‘Maker Space’-lab ter voorbereiding van zijn set in Wintercircus. De patchlist van de Synthi 100 kent geen geheimen meer voor hem. In zijn hybride presentaties van muziek, kunst en cinema zijn de klanken uit de modulaire synthesizer de ideale soundtrack voor zijn spacy universum. De Syrisch-Berlijnse Rashad Becker kwam als veelgevraagde mastering technicus al in aanraking met de Synthi 100 en veelgelaagde composities. Voor deze drie muzikanten was het al een feit, voor jou hopelijk een ontdekking: de EMS Synthi 100 is er een uit de duizend.
Cinna Peyghamy
Cinna Peyghamy een laatbloeier noemen is overdreven, maar toch ontdekte hij pas als jonge twintiger de twee instrumenten die zijn set vanavond kleuren: de tombak en modulaire synthesizer. De verschillen kunnen nauwelijks groter zijn. De tombak staat symbool voor traditie, Perzische cultuur en vakmanschap. De synthesizer is daartegenover technologisch, experimenteel en het fabrieksproduct.
In de naam van de Perzische drum schuilt meteen de betekenis: tom is de basklank die je creëert door in het midden van het vel te slaan. Bak is de scherpere klank door met je vingerkootje op de rand van het instrument te tikken. Ze zien er doorgaans uit als uitvergrote bierkelken en liggen horizontaal voor de muzikant neer. Dat Peyghamy voor de tombak viel, valt niet te verbazen; elk optreden ermee is zowel een auditief als visueel plezier. De afzonderlijke vingers, van de nagel tot het vingerkootje – worden minstens even veel gebruikt als de handpalm. Verschillende sonoriteiten ontstaan door meerdere zones van de schapen- of geitenhuid te bespelen. Sneller dan voor het oog zichtbaar! Peyghamy liet zich inspireren door virtuoos Mohammad Reza Mortazavi – een van de trekkers in de revival van de tombak – maar speelde als kind al drum.
Gelijktijdig met de tombak, leerde Peyghamy de subtiliteiten en geheimen kennen van modulaire synthesizers. In deze dualiteit herkent hij zijn eigen levensverhaal; Peyghamy is een zoon van Iraanse migranten, maar geboren en opgegroeid in Frankrijk. Farsi is zijn moedertaal, maar Frans de taal van zijn vaderland. “What should I do with this heritage? How can I support the weight of this culture which is mine and not mine at the same time?”, reflecteert hij. De titel van zijn ep uit 2023, The Skin In Between, verwijst naar die dubbelzijdigheid. Aan het magazine East East vertelt hij dat hij met de tombak een fysieke connectie heeft door dagelijks te oefenen tot zijn vingers pijn doen en met de synthesizer een mentale connectie, omdat hij meer moet nadenken bij het spelen.
De tombakklanken worden live bewerkt door Peyghamy’s modulaire synth en gaan dus door verschillende patches voordat het enkele milliseconden later door de luidsprekers galmt. Tijdens zijn set zal je hem geen nieuwe patches (de volgorde van effecten) zien creëren; de patchkabels blijven zitten waardoor hij zich kan focussen op improvisatie en intuïtief musiceren. Een tombak synthesis. Geluid wordt een fysiek materiaal dat live geboetseerd kan worden. “My work lives in the space between—electrifying the acoustic and bringing acoustic resonance into the electronic world.”, licht hij toe aan NR Magazine. Welkom in de ‘tussenruimte’ van Cinna Peyghamy.
Heinali
Polyfonie en modulaire synthesizers lijken op het eerste gezicht (lees: gehoor) evenveel eeuwen als mijlen uit elkaar te liggen. Toch kon de Oekraïense Heinali, het alias van Oleh Shpudeiko, na jarenlange zelfstudie de twee samenbrengen. Niet als tolk tussen twee talen, maar als bedenker van een nieuwe woordenschat. Dit lopende onderzoek doopte hij Organa, niet toevallig het meervoud voor ‘organum’, de vroegste vorm van meerstemmige kerkelijke muziek tot de 13e eeuw. Perotinus ken je misschien al. Hoog tijd om zijn 21e-eeuwse evenknie te ontmoeten.
Als tiener galmde heavy metal, Japanse noise en industrial door de luidsprekers van Oleh Shpudeiko. Kortom, hij had een zwak voor subgenres. Zijn studies computerwetenschappen leidden hem niet naar een carrière als IT’er, maar richting elektronische muziek. Hij kocht een Make Noise synthmodule en de rest is geschiedenis. Heinali is geboren. De jaren verstrijken en hij verfijnt zijn praktijk, maar er mist nog iets. Zijn eeuwige nieuwsgierigheid brengt hem tot het besef dat hij weinig afweet van klassieke muziek. Hij leest boeken, bekijkt lezingen op YouTube en volgt zelfs lessen contrapunt. Uiteindelijk is oude muziek het ontbrekende puzzelstukje in zijn nieuw project. Hij ontdekt Hildegard von Bingen, Perotinus, Palestrina en Ockeghem – “a massive wealth of incredibly fascinating music, which I did not understand how to listen to at all,” vertelt hij aan The Claquers.
In 2019 start Heinali zijn onderzoeksproject rond historically informed electronics. Met de 12e en 13e-eeuwse orgelschool van de Notre Dame als vertrekpunt creëert hij een software – het IT-verleden komt van pas – dat synth patches kan voorschrijven met melodieën en ritmes die de toenmalige regels van contrapunt en harmonie volgen. De modulaire synthesizer kan zonder moeite zes stemmen tegelijk genereren en wordt zo een co-creator. Heinali verduidelijkt de collegialiteit tussen mens en machine: “I think a good machine excels at triggering human’s personal fetishes. A human excels at the production of meaning.” Meer dan in compositie wordt in improvisaties het instrument een gelijkwaardige partner die ideeën voorstelt. Zijn Organa noemt hij dan ook een “een gestructureerde improvisatie op modulaire synths”. Ondanks de voorgeprogrammeerde software blijft het verrassingseffect aanwezig: “There will always be an element of surprise. Even if you try your best — the analogue synthesizer is not a very reliable machine, it sometimes neglects or distorts some signals. It has its own life. This also happens during live performances, and I enjoy it.” Ergens tussen het heilige en technologische, tussen voorspelbaarheid en toeval, tussen polyfonie en monofonie; daar zweeft Heinali.