INNER CITIES
29.03.2026
een bijdrage van Lunalia
Inner Cities van de New Yorkse componist-pianist Alvin Curran wordt beschreven als een woestijnlandschap dat zich toont in al zijn schoonheid, rauwheid en meedogenloosheid. Sommige delen zijn compromisloos bruut, balancerend op de rand van controleverlies, leidend tot totale uitputting. Andere delen zijn delicaat, als een zich zacht ontvouwend klanklanschap. Het zijn studies in bevrijding en gebondenheid, een zoektocht naar die innerlijke vlam waaruit alle artistieke bezieling ontspringt en waar in het donker tastend naar betekenis wordt gezocht. Alvin Curran zette zijn gedachten over dit bijzondere creatieproces voor ons op papier in onderstaande tekst.
INNER CITIES
Athene, 2026
AC
INNER CITIES was geen compositieproject met een concept, structuur of langetermijnplan. Ik had in 1993 gewoon een persoonlijke behoefte om essentiële, elementaire en eenvoudige muziek te componeren. Ik was toen net begonnen met lesgeven aan het Mills College en stond al bekend als componist, improvisator en geluidsartiest in alle vormen van akoestische en elektronische muziek. Ik wilde niets anders dan mijn muzikale ideeën destilleren en kanaliseren in hun zuiverste vorm, zoals Satie, Webern en Cage hebben gedaan, en zoals Hildegard von Bingen, Duke Ellington en Albert Ayler deden… Ik wilde het niet-essentiële verwijderen en alleen de essentie laten.
Ik componeer bijna alles aan de piano. Ook bij dit project zat ik aan de piano. Ik speelde een A-majeurakkoord in eerste inversie met de linkerhand en tegelijkertijd speelde ik een melodie van één noot op noot A met de rechterhand, precies één octaaf hoger dan het ondersteunende akkoord. Het was eigenlijk het meest domme, primitieve en kinderlijke gebaar waaraan ik kon denken, maar dan wel een waardoor ik geleidelijk aan begon te geloven dat ik de mooiste muziek op deze wereld aan het componeren was. Zonder enig plan begon ik een tweede stuk te componeren, en dan een derde en uiteindelijk een elfde stuk. Elk stuk heeft zijn eigen unieke karakter en duur. Sommige zijn langer dan 60 minuten en zijn vaak gericht op één enkel idee: een gebaar, een reeks akkoorden, een monofoon ontwerp, enz. Achteraf gezien zijn de composities een soort improvisatiestudie.
Tegen 1996 deed Daan Vandewalle, toen een van mijn masterstudenten aan Mills College, een aantrekkelijk voorstel, namelijk de volledige elf Inner Cities in een concert van vijf onafgebroken uren opvoeren, waarbij het publiek vrij naar binnen en naar buiten kan. Daan voerde de stukken voor het eerst op in april 2003 in de ‘Lieu Unique’ in Nantes (Frankrijk). Nadien volgden vele succesvolle opvoeringen over heel de wereld (vooral door Daan en andere pianisten), onder meer in Zuid-Afrika, Groenland, Canada, Australië en de VS. Sindsdien componeerde ik nummers 12, 13, 14, en 15 (2025), wat de totale duur met 2,5 uur verlengde.
Een heel bevredigende versie van nummers 1-11, opgenomen door Vandewalle in de studio’s van de Hessischer Rundfunk (Frankfurt) is tussen 2002 en 2003 uitgebracht door ‘Long Distance’ (Harmonia Mundi). Deze opname kreeg heel wat positieve recensies.
Hoewel deze muziek uitsluitend voor solovleugel geschreven is, werd er in de uitvoering gebruikgemaakt van een speelgoedpiano (nummer 3) en een midi-elektronisch keyboard in nummer 15 met een selectie van mijn gesampelde geluiden. Ik dacht dat het gebruik van elektronische geluiden met de akoestische piano een goede manier zou zijn om dit project te beëindigen, een project dat ik in het originele programmaboekje beschrijf als:
“Inner Cities is waar je gaat voor een debriefing, om een Tarantella te dansen met Gurdjieff, om de ontmoeting te zien tussen Italo Calvino en GiordanoBruno in Campo Dei Fiori, om 78 keer een lage C te spelen en één keer een lage D-mol voor de 79e verjaardag van Giacinto Scelsi…”
Alvin Curran