Still uit Children’s Game #29: La roue © Francis Alÿs

Kinderspel door de ogen en oren van vier componisten

28.11.2025

een bijdrage van Klaas Coulembier voor Concertgebouw Brugge

Geen uitdrukking wordt zo verkeerd gebruikt als “het is kinderspel”. Het lijkt alsof kinderspel gemakkelijk en onschuldig is, maar wie er even bij stilstaat en nadenkt over hoe en waarom kinderen spelen, kan alleen maar concluderen dat kinderspel enorm divers, rijk, boeiend en ontzettend belangrijk is. De Belgische kunstenaar Francis Alÿs observeert sinds 1999 hoe kinderen spelen; via zijn werk komen allerlei relevante vragen en inzichten naar boven.

Francis Alÿs’ Children’s Games

Spelen lijkt vanuit een volwassen perspectief misschien niet meer dan tijdverdrijf, een manier om bezig te blijven, terwijl er in het spel net heel wat sociale vaardigheden ontwikkeld worden. Voor een kind dat in een stuk hout een toverstaf ziet, of in een hoop zand het begin van een kasteel, is het spelen de plek waar creativiteit kan aarden. Een bijzondere vaststelling na het zien van het werk van Alÿs is dat kinderen altijd en overal de neiging tot spelen hebben. Zijn projecten situeren zich vaak in conflictgebieden of plaatsen waar het leven zwaar en moeilijk is. In die context wordt kinderspel een manier om met de omgeving om te gaan, trauma’s te verwerken of emoties te delen. Spelen als ‘copingmechanisme’.

Net zoals spel vaak ontstaat vanuit de toevallige aanwezigheid van mensen en objecten, gaat Alÿs zelf niet doelgericht op zoek naar situaties om in beeld te brengen. Hij registreert spelende kinderen overal ter wereld, waar hij ze toevallig tegenkomt terwijl hij aan andere projecten werkt. In die zin is hij een neutrale waarnemer die zonder agenda of einddoel observeert waar en hoe kinderen spelen. De vele parallellen tussen geografisch en cultureel uiteenlopende plaatsen leren ons iets over hoe de reflex tot spelen inherent is aan het mens-zijn. Het is inspirerend om het culturele weefsel van samenlevingen te benaderen via het kinderspel. Volgens de Nederlandse historicus Johan Huizinga weerspiegelt kinderspel immers niet alleen de cultuur waarin het ontstaat, maar vormt het zelf ook een voedingsbodem voor die cultuur. Dat is een van de inzichten uit zijn boek Homo Ludens, de spelende mens, uit 1938.

Voor Cikada Ensemble gingen vier componisten aan de slag met de video’s uit Alÿs’ vijftigdelige reeks Children’s Games. Ze kozen enkele video’s die hen raakten en componeerden elk op hun eigen manier passende muziek.

Vier muzikale interpretaties op een rij

De Poolse componiste Aleksandra Gryka werd vooral aangetrokken door situaties waarin kinderen spelen als daad van verzet of verbinding. Wat heeft een Afghaanse jongen die met een onzichtbare vlieger speelt gemeen met een meisje in Hongkong dat over straat loopt zonder de barsten in het wegdek te raken? Deze video’s benadrukken de interactie tussen lichaam en omgeving, en de verbeeldingskracht om van het onzichtbare een spelelement te maken. Daarnaast boden zowel het klassieke touwtjespringen als een verbijsterend spel om malariamuggen te bestrijden inspiratie. Voor de vier gekozen video’s gebruikt ze telkens een andere combinatie van instrumenten, van solo tot het volledige ensemble.

Pierre Slinckx werd voor zijn compositie getriggerd door een film waarin jonge kinderen in Congo een spel bedachten op een verlaten mijnterril nabij Lubumbashi. Ze duwen oude autobanden de heuvel op om vervolgens in de band plaats te nemen en razendsnel naar beneden te rollen. Ze verrichten een soort eindeloze sisyfusarbeid op een kunstmatig landschap dat het gevolg is van de exploitatie van zeldzame mineralen die de westerse vraag naar smartphones en andere elektronische toestellen moeten bijhouden. De wereldwijde afhankelijkheid van elektronica zorgt in deze regio voor milieuproblemen en een sociale catastrofe. Het muzikale antwoord van de Belgische componist bevat een verstoorde versie van Altijd is Kortjakje ziek, het kinderlied bij uitstek. De muzikanten gebruiken ook elektronische toestellen. Zo komen twee aspecten van de hedendaagse kindertijd samen, die de cognitieve dissonantie van het moderne leven treffend blootleggen.

De Mexicaans-Oostenrijkse componiste Angélica Castelló is gefascineerd door de directe, ongefilterde manier waarop kinderen geluiden maken. Spelende kinderen beleven vreugde en verliezen elk besef van tijd. Castelló laat de muzikanten ook letterlijk spelen. De partituur van Juglariceando is opgevat als de instructie voor een kaartspel. De muzikanten moeten het spel spelen en op elkaar reageren zonder precies te weten wat de anderen zullen doen. De symbolen op de kaarten en de spelregels zijn ontleend aan verschillende video’s van Alÿs, aangevuld met elementen uit tarotkaarten en de Mexicaanse loterij.

Aan de hand van de kaarten krijgen de muzikanten instructies: toonhoogtes, klankbronnen, ritmes, maar ook de vrijheid om muzikaal te reageren op andere spelers. De tijd is relatief: een grote zandloper bepaalt de volledige duur, maar hoe lang elke kaart gespeeld wordt, hangt af van de muzikanten zelf. Ook het geluid van de originele video’s wordt geïntegreerd. Deze compositie kan nooit twee keer dezelfde zijn: het spel vindt zichzelf voortdurend opnieuw uit.

Kim Myhr wil met zijn nieuw werk de (volwassen) luisteraar terugbrengen naar de onmiddellijkheid, de zuiverheid en de verwondering van het kinderspel. Waar volwassenen spelletjes vaak associëren met onschuld en plezier, zijn ze voor kinderen juist een heel ernstige aangelegenheid. In het spelen vinden kinderen een sterke focus en bijna lichamelijke overgave. Wanneer de grens tussen realiteit en verbeelding vervaagt en kinderen helemaal opgaan in de wereld van het spel, ontstaat een vorm van transformatie. Naar die toestand nodigt de Noorse componist ons als luisteraar uit.

Met deze voorstelling laat Cikada Ensemble vier eigentijdse componisten nadenken over het belang van spelen, over hoe kinderen via spel hun eigen leefwereld vorm geven, en hoe ook volwassenen daardoor geïnspireerd kunnen worden.