La nuict froide et sombre – tussen Kaïros en Chronos
06.09.2026
een bijdrage van Johan Geerts voor Musica Divina
Is tijd een rechte lijn die wegglijdt in het verleden of een sequens waarin gisteren, vandaag en morgen elkaar opvolgen en soms kruisen? Het is verleidelijk om oude muziek te beschouwen als een tijdsmonument, prachtig geconserveerd maar stilgelegd in haar historische context. Het gevaar bestaat dan om muzikaal erfgoed en haar ‘scheppers’ te gaan romantiseren en losgerukt gaan zien uit hun tijdsaspect.
In dit programma onderstrepen ClubMediéval en Spectra Ensemble de tijdloze vitaliteit van de oude muziek en hoe deze hedendaagse ‘scheppers’ inspireert, in een gedurfde, filosofische ontmoeting tussen de vijftiende- en zestiende-eeuwse polyfonie van de Lage Landen en de grensverleggende klanktaal van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Het is geen uitnodiging om passief te luisteren maar om actief deel te nemen aan een spirituele, emotionele reis door de tijd. Onder de gezamenlijke vlag van ClubMediéval en Spectra Ensemble gaan stemmen en hedendaagse instrumenten een intieme, grensverleggende dialoog aan. Onsterfelijk repertoire treedt in dialoog met gloednieuw gecomponeerde muziek. Oude meesters als Johannes Ockeghem, Jacob Obrecht, John Bedyngham en Orlandus Lassus treden onverschrokken naast hedendaagse componisten zoals Harrison Birtwistle, Daan Janssens, Frederik Neyrinck en Noah Senden in het voetlicht. Wat ontstaat, is geen simpele opeenvolging van oud en nieuw, maar een organisch klankweefsel waarin de tijd vloeibaar wordt. We nodigen u uit om de drempel van de lineaire tijd over te stappen en te luisteren naar de echo’s die door de eeuwen heen reizen.
De Kluizenaar en de Abstractie: Ockeghem en Birtwistle
Soms openbaart de diepste waarheid zich in de absolute afzondering. Dat is de filosofische kern van het motet Ut heremita solus van de legendarische 15de-eeuwse Vlaamse componist Johannes Ockeghem (1410-1497). Ockeghem excelleerde in complexe, mystieke polyfone structuren waarin de stemmen zich onafhankelijk van elkaar bewegen en samenkomen in een gelaagde muzikale structuur.
De Britse componist Harrison Birtwistle (1934-2022) raakte diep gefascineerd door de transcendentale eenzaamheid van de kluizenaar. In zijn Ut heremita solus uit 1969 kiest hij niet voor oppervlakkige imitatie maar ontleedt hij de polyfone structuur van het oorspronkelijke motet als een onderliggend fundament. Hij abstraheert en reinterpreteert de historische basis en vertaalt haar naar een radicaal moderne compositietaal. Binnen het gefragmenteerde klankweefsel functioneren instrumenten vaak als zelfstandige stemmen. Het resultaat is een indrukwekkend ritueel waarin de spanning tussen continuïteit en stilstand centraal staat. In plaats van melodische ontwikkeling naar een climax, ontstaat de vorm door transformatie van korte motieven, kleurcontrasten en geordende klankvelden waarin de instrumentale lijnen elkaar voortdurend lijken te zoeken en aan te trekken, zonder ooit volledig samen te vallen. Herhaling, variatie en verschuiving creëren een gevoel van cyclische tijd, waarin de muzikale gebeurtenissen zich langzaam ontvouwen. Birtwistle toont hiermee zijn diepe fascinatie voor ritueel, geheugen en de beleving van tijd. Je voelt het verschil tussen de kloktijd (Chronos) en de vloeiende tijd (Kaïros). Het werk laat beide tijdlagen naadloos in elkaar grijpen.
Filosofisch rustpunt
Met de creatie van Before we begin introduceert componist Noah Senden (°1998) een cruciaal filosofisch rustpunt in het programma. Wat gebeurt er in de fractie van een seconde voordat de eerste noot daadwerkelijk klinkt? Wat is de waarde van de stilte en de verwachting die aan de muziek voorafgaan? Before we begin verkent deze klankdrempel met een compositie voor viool, altviool, cello, fluit, klarinet en percussie die de luisteraar dwingt om te vertragen, om de adem in te houden en de zintuigen op scherp te zetten.
Obrecht als historische resonantie
In Weet ghij wat mijnder jongher herten deert bezingt Jacob Obrecht (1457-1505) de pijn en het verlangen van een jong hart dat door de liefde wordt gekweld. De tekst ademt de typische sfeer van de laatmiddeleeuwse liefdeslyriek: verlangen, onzekerheid en verdriet staan centraal. Obrecht vertaalt deze emoties in een verfijnde meerstemmigheid, waarin de stemmen elkaar imiteren en aanvullen. Zo ontstaat een intieme en beweeglijke dialoog tussen de stemmen, die de onrust van het verliefde hart muzikaal voelbaar maakt.
De Nacht en de Revelatie: Lassus en Janssens
Wanneer de koude, donkere nacht bezitneemt van de wereld, vervagen de vertrouwde contouren van de dag. Als er één moment is dat waarheid kan onthullen, dan moet het klokslag middernacht zijn, bij voorkeur in een donkere, sombere nacht. Dat is de premisse van het chanson La nuict froide et sombre van Orlandus Lassus (1532-1594). Lassus schildert in zijn muziek de overgang van de ijzige, melancholische nacht naar de hoopvolle komst van het licht. Het chanson wordt niet gezongen, de Vlaamse componist Daan Janssens (°1983) ging echter met dit onsterfelijke origineel aan de slag en maakte een bewerking voor opmerkelijk instrumentaal ensemble. In zijn composities Lassus Echo I en Lassus Echo II treedt hij rechtstreeks in dialoog met de historische partituur van Lassus. Janssens vangt de melancholie van het nachtelijke landschap en laat dit weerklinken in het heden. De instrumenten — viool, altviool, cello, fluit en klarinet — fluisteren, rekken de harmonieën op en werpen elkaar klankschaduwen toe, als echo’s die dwalen door de tijd. De muziek herinnert ons eraan dat de nacht in elke eeuw dezelfde existentiële stilte met zich meebrengt. Het is een uitnodiging om u over te geven aan de duisternis, in het vertrouwen dat de klank de weg naar het licht zal wijzen.
De Echo van Memling: Obrecht, Bedyngham en Neyrinck
Muziek is niet alleen verbonden met de tijd, maar ook met de beeldende kunsten. In de vijftiende eeuw floreerde de schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden onder meesters zoals Hans Memling (1430-1494). Memling portretteerde twee belangrijke musici uit zijn tijd: Gilles Joye en Jacob Obrecht. Deze kruisbestuiving tussen het oog en het oor vormt het fundament van de Closer to Memling Experience, waarvoor componist Frederik Neyrinck (°1985) zijn hedendaagse compositie Memling Echo schreef. Geïnspireerd door het liefdegedicht O rosa bella dat zowel door o.a. Gilles Joye, Jacob Obrecht en John Bedynghams (?-1459/1460) op muziek werd gezet, verbindt Neyrinck historische en hedendaagse klanken. Zijn compositie combineert oude instrumenten met basfluit, gitaar, harp, altviool en cello. Percussie en twee zangeressen weven deze twee klankwerelden samen tot een geheel waarin de tijd vervaagt.