LUNALIA start met gratis LIFT OFF

01.03.2026

een bijdrage van Lunalia

Beleef de feestelijke start van LUNALIA tijdens de LIFT OFF op zaterdag 25 april. In de hele Mechelse binnenstad kan je genieten van gratis concerten: fijne smaakmakers die laten zien wat het festival allemaal in petto heeft. Met onder meer het Mechels Kamerorkest en sopraan Charlotte Wajnberg, Roots of Juniper, componist-pianist Brecht Valckenaers, celliste en klankenmagiër Maya Fridman en de liedkunst van Laurence Servaes belooft het een gloedvolle en muzikale namiddag te worden. Festivaldirecteur Mathias Coppens tipt alvast drie niet te missen concerten bij de toonbank!

‘Les nuits d’été’ in de Sint-Romboutskathedraal

Mechels Kamerorkest o.l.v. Piet Van Bockstal
Charlotte Wajnberg, sopraan

Hector Berlioz is de personificatie van de Franse romanticus. Centraal in zijn muziek staat expressie: zijn klankspectrum rijkt van de meest ingetogen passages tot hoogst dramatische uitspattingen. Waar Chopin zich het meest thuis voelde bij de piano is voor Berlioz het orkest het instrument bij uitstek. Net zoals Chopin revolutionair was in de ontwikkeling van de pianotechniek experimenteert Berlioz met instrumentatie en ongewone orkestrale texturen. Op die manier ontpopt hij zich tot een meester van het orkestraal apparaat, enerzijds voorwerp van spot omwille van zijn soms groteske manier van orkestreren, anderzijds bewonderd en de weg plaveiend voor een nieuwe generatie componisten voor wie klank en timbre meer en meer van belang zullen worden.

In ‘Les nuits d’été’ zijn er geen exuberante klankorgiën te besmeuren. Het is een verfijnd gecomponeerde cyclus van zes liederen die hij aanvankelijk voor piano en stem componeerde. In 1856 orkestreerde hij het werk dat hij componeerde op gedichten uit de bundel ‘La Comédie de la mort’ van zijn tijdgenoot Théophile Gautier. Het is deze fijnzinnig georkestreerde versie die excelleert in het scheppen van sfeer en waarbij de stem nooit overstemd wordt, die nu het vaakst geprogrammeerd wordt.

In het eerste lied wordt de liefde nog vanuit een gelukkig perspectief benaderd. De vijf daaropvolgende liederen zijn ernstiger van toon: dood, gemis en rouw staan centraal. Hoe Berlioz de tekst in muzikale gestiek omzet, kan gerust magistraal genoemd worden. In ‘L’île inconnue’ hoor je het schip dat door de wind wordt voortgestuwd. De obsessieve terugkeer naar de beginstrofe in ‘Absence’ is een uitgekiend voorbeeld van de ‘idee-fixe’. In ‘Au cimetière’ tenslotte hoort een minnaar het geklaag van zijn overleden geliefde in het droevig gezang van een duif. Een schrijnend beeld, prachtig verklankt als lamento.

Charlotte Wajnberg

‘Chant d’extase’ in de Predikherenkerk

Brecht Valckenaers, piano

Als er één componist het domein van de extase in zijn werk heeft verkend, dan wel de Russische pianist-componist Alexander Skriabin. Zo wordt zijn vijfde sonate als een pianoversie van het orkestrale ‘Poème de l’Extase’ beschouwd. Na een vlucht uit Parijs, vond hij met zijn vrouw onderkomen in Lausanne. Die vredevolle omgeving ontketende een creatieve storm: aan de piano, al improviserende, gulpte het eendelig werk uit zijn vingers. In het werk komt het befaamde mystieke akkoord aan bod: een opeenstapeling van kwarten, een vernieuwend harmonisch procedé dat zijn weg vond in de talen van meerdere modernistische componisten uit het begin van de twintigste eeuw.

In 1914, zeven jaar na het componeren van zijn vijfde sonate, schreef Skriabin één van zijn laatste werken voor piano Vers la Flamme. Scriabins affiniteiten met theosofie en de leer van Madame Blavatsky vormen de filosofische basis voor zijn late periode. Zijn muziek, onderdeel van een groter holistische denken, bereikt dan een stadium van een onwaarschijnlijke originaliteit. Vers la Flamme is één van de weinig werken uit de literatuur die opgebouwd zijn uit één grote destructieve climax. Hoe dichter je bij de vlam komt, hij groter de intensiteit, hoe veelvuldiger de tremelo’s in de pianoschriftuur.

Er zijn veel raakvlakken tussen Skriabin en de Franse componist Olivier Messiaen. Beiden proberen in hun werk een holistische spiritualiteit te verklanken en beiden hebben daarbij synesthetische neigingen. Echter daar waar de extase bij Skriabin de ondergang van de wereld predikt, staat bij Messiaen de vreugdevolle extase centraal. Chant d’extase dans un paysage triste is de tweede uit een set van acht preludes en is het enige werk waar extase eerder verinnerlijkt is. Messiaen componeerde de preludes als student aan het Conservatoire National Supérieur de Paris en modelleerde ze naar de twee boeken van Claude Debussy, waarschijnlijk de componist die het meest invloed op hem heeft gehad. Toch bevat de compositie al stilistische elementen die hij later zal ontwikkelingen tot zijn eigen unieke taal. Zo gebruikt hij hier al additieve harmonie en vormelijke juxtapositie als methodes om de muziek te laten ontwikkelen in de tijd.

Zo’n twintigtal jaar later is Messiaen zelf docent analyse aan datzelfde conservatorium. Door zijn vernieuwende blik verzamelt de muzikale intelligentsia van die tijd zich in zijn klas. Zo volgen Pierre Boulez, Iannis Xenakis, Karlheinz Stockhausen en Karel Goeyvaerts voor een korte periode les bij hem. Het is in die context dat Messiaen zijn Quatre études de rythme schrijft. De tweede étude Mode de valeurs et d’intensités kunnen we beschouwen als een directe voorbode van het Serialisme, een stijl waar Messiaen zelf zich nooit heeft in thuis gevoeld. Op het programma staat echter enkel de eerste étude Ile de feu I, een werk dat is geïnspireerd en opgedragen aan Papoea-Nieuw-Guinea en haar muzikale tradities. Pierre Boulez schrijft: ‘Zonder ontwikkeling heeft dit werk, dat in wezen een experimenteel karakter draagt, in elk geval alle jonge componisten van de naoorlogse periode georiënteerd in de richting, die aanvankelijk buitengewoon vruchtbaar was, van een rigoureuze kwantificering van alle gegevens van de klankruimte.’

Componist-pianist Brecht Valckenaers laat zich door deze vurig extase inspireren en schrijft in opdracht van Lunalia een extatisch antwoord dat aansluit bij de werken van Skriabin en Messiaen.

Brecht Valkenaers

‘Les Illuminations’ in de Predikherenkerk

Laurence Servaes, sopraan
Sylvie Decramer, piano

Les Illuminations is een poëziebundel van Arthur Rimbaud. Hij is een bewonderaar van Baudelaire, wat van invloed is op de grote muzikaliteit en originaliteit van zijn werk. Om een nieuwe werkelijkheid te kunnen creëren, moet je als dichter bewust ‘de zintuigen ontregelen’, alleen zo kan een nieuwe taal voor een nieuw universum ontstaan. Rimbaud schreef het werk tijdens de passionele affaire die hij had met Paul Verlaine. Die culmineerde tijdens een hoogopgelopen ruzie in een schietpartij, waarbij Verlaine twee kogels afvoerde en Rimbaud raakte aan de pols.

Benjamin Britten werd geïnspireerd door het hallucinante karakter van de poëzie, die zich ergens tussen droom en werkelijkheid afspeelt. Hij kiest tien korte, latent erotische, gedichten. Ville is een hectische stadsimpressie, die tegenover het nachtelijk mystieke Phrase en het absurde Royauté staat.

Op het programma staan ook twee liederen van de in België geboren Britse-Poolse componiste Régine Wieniawski, dochter van Henryk Wieniawski. Ze heeft meerdere pseudoniemen gebruikt waarvan Poldowski de meest voorkomende is. Haar idioom is schatplichtig aan dat van Claude Debussy, Gabriel Fauré en Maurice Ravel. Zoals haar voorbeelden heeft ze een sterke affiniteit met het liedgenre en heeft ze meerdere gedichten van Paul Verlaine verklankt.

Het programma wordt vervolledigd met een lied van Louis Vierne en van Gabriel Fauré. Er is ook een creatie van twee liederen van sopraan Laurence Servaes. Espérez donc is een getoonzet gedicht dat ze schreef gebaseerd op een brief die de moeder van Rimbaud schreef aan Verlaine op 6 juli 1873. Een tweede lied is gebaseerd op de woorden van Verlaine’s moeder, toen zij enkele dagen later, op 10 juli 1873 aan de Brusselse politie een verklaring over de schietpartij moest afleggen.

Laurence Servaes
Sylvie Decramer