Fang Man

Nieuwe muziek in de Koningin Elisabethwedstrijd

18.05.2026

Caffeine

Het verplichte werk in de halve finale komt van de Belgische componist Harold Noben, een maker die zich niet graag in één stijl laat vastpinnen. Zijn muziek beweegt vrij tussen klassieke en niet-klassieke invloeden, met ritme en energie als constante focus. In een interview verwijst hij onder meer naar Bill Evans, Keith Jarrett en Chick Corea, maar evengoed naar Debussy, Mahler, Ravel, Bach, Beethoven, Ligeti, Messiaen en Saariaho (interview op sabam.be).

Harold Noben

Binnen de klassieke setting van de wedstrijd koos hij voor een cafeïneshot dat de kandidaten ondanks de competitie en de bijhorende stress een moment van speelplezier moest bezorgen. Funk- en jazzinvloeden geven het werk een uitgesproken ritmische motor, waarin cello en piano in een nauwe dialoog verstrengeld raken.

Volgens fluitiste en nieuwemuziekkenner Katrien Gaelens, die op 12 mei te gast was bij Espresso op Klara, vraagt het werk veel van de uitvoerders, vooral om contrast te maken tussen ritmische en melodische passages. Naast de ritmische accuraatheid en de nauwe verwevenheid met de pianopartij, komen ook verschillende speeltechnieken aan bod (linker- en rechterhandpizzicato, sul ponticello, …) die naadloos in de totaalklank van het werk geïntegreerd moeten worden.

Naar de website van Harold Noben …

Four Odes to the Tidings of Flowers

Ook in de finale is de wereldpremière van een nieuw verplicht werk een bijzondere traditie bij deze wedstrijd. Dit jaar is dat Four Odes to the Tidings of Flowers van de Chinees-Amerikaanse componiste Fang Man. Na Ana Sokolović die vorig jaar het plichtwerk voor de halve finale van de pianowedstrijd componeerde, is zij – met uitzondering van Jacqueline Fontyn die in 1964 de compositiewedstrijd won en in 1976 het plichtwerk voor viool componeerde – pas de tweede vrouw die een verplicht werk op de lessenaar van de Koningin Elisabethwedstrijd mag leggen, en de eerste die dat voor de finale mag doen.

Fang Man is als componiste gevormd door het Oosten én het Westen, en dat omarmt ze volop in haar composities. Ze schuwt de grote vormen niet en orkestreert kleurrijk voor grote bezettingen. In een interview zei ze ooit: “All the music in my head is with big sounds”.

Bijzonder aan het nieuwe werk is – volgens hoboïst Bram Nolf, die een uiterst onderhoudende blog bijhoudt vanuit zijn positie als orkestmuzikant – de open vorm. De volgorde van de vier delen ligt niet vast. Elke uitvoerder bepaalt dus zelf welk deel hij of zij eerst uitvoert en – nog belangrijker – met welk deel het publiek een laatste indruk van het werk meeneemt.

Wat mogen we verwachten van een celloconcerto van deze kleurrijke componiste? In haar klarinetconcerto Resurrection uit 2008 baseerde ze de melodieën voor de solist op vocale lijnen in het Chinees, die ze met behulp van computertechnologie omzette in exacte toonhoogtes. De cello als solistisch instrument gebruikte ze al in het dubbelconcerto met sheng That Raindrops Have Hastened the Falling Flowers. Net zoals het nieuwe werk verwijst ze naar bloemen, wat een poëtische ondertoon laat vermoeden. Uitdagingen voor de cello in het dubbelconcerto waren vooral de rijke kleurschakeringen en speeltechnieken, in combinatie met het vasthouden van spanning over lang uitgesponnen lijnen. Haar nieuwste werk ontdekken we vanaf 25 mei tijdens de finaleweek.

Fang Man over haar werk:

“De titel van dit werk verwijst naar het traditionele Chinese concept huâ xìn ; de ‘boodschap’ waarmee bloemen het ontvouwen van de seizoenen aankondigen. In de Chinese esthetiek zijn bloemen niet louter planten, maar ook spirituele symbolen. In vier bewegingen – orchidee, bamboe, chrysant en pruimenbloesem – reist het concerto langs de lente, zomer, herfst en winter en belicht de innerlijke canvassen die deze seizoenen opwekken. Toch volgt deze reis geen vaste tijdslijn.

Net zoals herinneringen en gevoelens zich niet lineair ontvouwen, bepaalt de solocellist zelf de volgorde waarin de vier delen worden uitgevoerd. Elke solist geeft vorm aan een eigen verhaal en wordt zowel vertolker als verteller, die telkens de relatie tussen seizoen, bloem en geest opnieuw vormgeeft. Dit concerto is gekleurd door twee componisten die ik bewonder. Van Bach komen de ritmische vitaliteit, contrapuntische helderheid en fysieke dimensie van strijkerspartijen. Van Messiaen ontleen ik toonmateriaal uit de ‘beperkt transponeerbare modi’, met harmonieën die mystiek en een gevoel van stilstaande tijd oproepen. In dit concerto komen oosterse poëtische beeldtaal en westerse muzikale architectuur samen.”

naar de website van Fang Man …

Recent repertoire

Opvallend in deze editie is het overwicht aan 20ste-eeuwse celloconcerti in de finale, sterker dan bij de pianisten of violisten. Dat heeft alles te maken met de relatief late ontwikkeling van de cello als uitgesproken virtuoos soloinstrument, een evolutie die sterk werd gestimuleerd door solisten als Mstislav Rostropovitsj. Niet toevallig zijn vier van de zes gekozen concerti aan hem opgedragen.

In combinatie met de nieuwe verplichte compositie zijn er dus kandidaten die een programma spelen dat volledig bestaat uit muziek van minder dan 60 jaar oud. Van alle keuzewerken is er overigens maar één werk uit de negentiende eeuw: het concerto van Antonín Dvořak uit 1895. De jongste concerti die tijdens de finaleweek te horen zijn, zijn het Celloconcerto van Lutosławski en Tout un monde lointain van Henri Dutilleux, beide uit 1970 en eerder modern qua esthetiek.

De finaleweek van de Elisabethwedstrijd wordt dus ook voor de liefhebber van nieuwe muziek een boeiende periode.