Margaret Hermant

Snaren onder stroom

16.03.2026

een interview door Fauve Charlier & Aurélie Walschaert voor Klarafestival

Componiste en harpiste Margaret Hermant is medeoprichter van ensembles als Echo Collective, maar creëert ook magnetiserende solosets voor harp en electronics. Tijdens Klarafestival 2026 stelt ze in avant-première haar eerste solo-album Freedom voor. Enkele weken voor de officiële release ontmoeten we haar in Bozar voor een gesprek over het belang van vrijheid in haar muzikale spel. Geen betere plek dan het kloppende hart van haar thuisstad Brussel om haar de centrale vraag van het festival voor te leggen: Where is Home?

Brussel is jouw thuisbasis. Hoe is jouw band met deze bruisende stad?

Ik woon hier al twintig jaar en ik vind het nog steeds een fantastische stad. Als artiest is het bijzonder verrijkend om tussen al die diverse culturen te leven. Brussel is een artistieke bruisbal, een mix van verschillende stijlen en genres – van dans, circus, film en muziek tot beeldende kunst – alles komt hier samen. En tegelijk liggen steden als Parijs, Londen, Amsterdam en Berlijn binnen handbereik; dat maakt deze stad nog aantrekkelijker.

 

Wat zorgt ervoor dat je je er thuis voelt?

Ik groeide op in een dorp op het platteland, waar het buitenleven een belangrijke rol speelde. Aan onze woning in Brussel hebben we een klein tuintje, waardoor ik dat gevoel toch wat kan herbeleven: we onderhouden de tuin, zorgen voor de kippen en brengen er in de zomer veel tijd door. Ik hecht veel waarde aan die kleine dagelijkse rituelen en ogenschijnlijk eenvoudige dingen. Ze dragen bij aan mijn welzijn.

Daarom voel ik me ook zo thuis op het podium. Het is een magische plek: alles gebeurt live, in het moment en in direct contact met het publiek. Dat moment samen beleven versterkt de ervaring en geeft mij energie.

Welke klanken associeer je met Brussel?

Thuis luister ik weinig naar muziek, er heerst voornamelijk rust en stilte. Hoewel Brussel een grootstad is, kan het er verrassend stil zijn. Ik woon in een serene straat en geniet enorm van die kalmte. Daarnaast hangt er ook een huiselijke sfeer in de stad door de vele woningen dicht bij elkaar.

 

Als muzikant ben je vaak onderweg. Wat doe je om ook daar dat thuisgevoel met je mee te dragen?

Voor mij is ‘thuis’ eerder een gevoel van veiligheid, welzijn en verbondenheid. Ik kan mij overal thuis voelen, zolang ik in goed gezelschap ben. Tot nu toe heb ik het geluk gehad samen te werken met mensen die me na aan het hart liggen en die als familie aanvoelen. Daarom voel ik me ook zo thuis op het podium. Het is een magische plek: alles gebeurt live, in het moment en in direct contact met het publiek. Dat moment samen beleven versterkt de ervaring en geeft mij energie.

Heb je de liefde voor muziek van thuis uit meegekregen?

Thuis stond de radio de hele dag aan, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Of mijn ouders zetten platen op, met klassieke muziek of luisterverhalen. Als kind kon ik eindeloos luisteren naar de muziek uit de tekenfilm Fantasia, samen met mijn broers en zussen. Vaak bleef het niet bij luisteren, we dansten door de hele kamer. Mijn jongere zus en ik zongen ook vaak liedjes uit The Sound of Music en speelden verschillende scènes na.

 

Ben je ook op jonge leeftijd muziek beginnen spelen?

Ik begon al met viool te spelen toen ik vier was, volgens de Suzuki-methode. Ik ben nog steeds dankbaar dat ik op deze manier in aanraking ben gekomen met muziek. Het is een heel natuurlijke benadering, die volledig op het gehoor gebaseerd is. We kregen les van een inspirerende leraar die bij mij en vele leerlingen een blijvende passie voor muziek aangewakkerd heeft.

 

Zijn er andere mensen die je in die vormende jaren hebben geïnspireerd? 

In de loop van mijn muzikale parcours heb ik het voorrecht gehad om bijzondere mensen te ontmoeten, die elk op hun eigen manier een blijvende invloed hebben gehad op mijn artistieke ontwikkeling. Aan het conservatorium kreeg ik de vrijheid en het vertrouwen om mijn eigen muzikale stem te ontdekken. Dat is essentieel voor een muzikant: het vormt de basis om autonoom te groeien. Daarnaast was de ontmoeting met Adam Wiltzie, Dustin O’Halloran en Neil Leiter, mede-muzikanten bij Echo Collective, op artistiek vlak verrijkend. Zij openden voor mij de deur naar een nieuw muzikaal landschap en experimenteerveld. Tot slot kreeg ik de kans om op tournee te gaan met Jóhann Jóhannsson; een sleutelmoment in mijn carrière.

 

Naast violiste ben je ook componiste en harpiste. Is er een instrument waar je je het meest thuis bij voelt?

Voor mij is een instrument een middel om via muziek een bepaalde emotie en energie te delen. Elk instrument heeft een eigen karakter, dat bijdraagt tot de expressie van wat ik voel en wil verwoorden. Zo hou ik erg van het melodische aspect van de viool. Op dit moment voel ik mij het meest verbonden met de harp omdat er voor mij nog een hele klankwereld te ontdekken valt. Daarmee experimenteren en zoeken naar een eigen stem, vind ik ongelooflijk bevrijdend.

 

Is het die vrijheid die je wil delen in je nieuwe album Freedom, dat je op Klarafestival presenteert?

Freedom is inderdaad ontstaan vanuit die persoonlijke behoefte. Ik wilde de harp laten schitteren in al haar veelzijdigheid en dieper duiken in de combinatie met elektronica. Ik heb mezelf de vrijheid gegeven om dat palet aan klanken en kleuren tot in het kleinste detail te verkennen. Voor het album werkte ik samen met een orkest, maar tijdens het concert zal geluidstechnicus Fabien Leseure me vergezellen. Hij zal live een extra dimensie toevoegen aan de harpklanken, zonder het orkest te willen vervangen. Voor mij levert die combinatie met elektronica een enorme vrijheid op, en dat gevoel wil ik delen met het publiek.