They have waited long enough

01.03.2026

Deze bijdrage van Rebecca Diependaele is een geactualiseerde versie van een tekst geschreven in 2023, in opdracht van Festival van Vlaanderen Mechelen-Kempen, als inleiding op het panelgesprek ‘Van Mrs. Philarmonica tot Fixdit’ rond muziek en gender, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag op 8 maart 2026.

Sing, Muse, he said, and I have sung.
I have sung of armies and I have sung of men.
I have sung of gods and monsters, I have sung of stories and lies.
I have sung of death and of life, of joy and of pain.
I have sung of life after death.
And I have sung of the women, the women in the shadows. I have sung of the forgotten, the ignored, the untold. I have picked up the stories and I have shaken them until the hidden women appear in plain sight.
I have celebrated them in song because they have waited long enough.
Just as I promised him: this was never the story of one woman, or two. It was the story of all of them. A war does not ignore half the people whose lives it touches. So why do we?

[Haynes, Natalie, A Thousand Ships, Londen, 2020 (Picador, paperback), p. 339.]

Zo begint de laatste pagina van A Thousand Ships, Natalie Haynes’ onvolprezen hervertelling van de Trojaanse oorlog, gezien door de ogen van de vele vrouwen die de klassieke mythe bevolken. Ze hebben lang genoeg gewacht: Haynes legt de woorden in de mond van Calliope, de Griekse muze van het epos en de welsprekendheid. In één adem geeft ze de lezer haar eigen drijfveer als schrijver mee: plaats maken voor de stem van wie doorheen de eeuwen en een wirwar van omstandigheden veelal ongehoord is gebleven. They have waited long enough was ook de titel van een voorstelling die in 2021 in première ging tijdens Lunalia (zij het als concertvideo) en vervolgens een mooie speelreeks neerzette in Nederland, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Annelies Van Parys, Aftab Darvishi en Calliope Tsoupaki zetten er, op een libretto van Gaea Schoeters, de verhalen op muziek van de mythische Medea, Circe en Penelope. Het idee voor de voorstelling steunt niet alleen op het boek van Haynes, maar ook op een handvol andere boeken waarin de auteurs eenzelfde perspectiefwissel tot stand brengen. Ook Circe (2018) van Madeline Miller, bijvoorbeeld, of The Penelopiad van Margaret Atwood laten bekende vrouwen uit de klassieke mythologie op de voorgrond treden als zelfstandige personages, als gelaagde karakters met een eigen gedachte- en gevoelswereld, en niet langer als grijsgedraaide (hoewel onmisbare) nevenpersonages van een mannelijke held. Dat de schrijf- en compositieopdrachten voor They have waited long enough naar vier vrouwen gingen, is geen toeval.

De voorbije jaren is de aandacht voor vergeten, ongeziene of ondergewaardeerde kunstenaars en hun werk aanzienlijk toegenomen. Dat mag op zich geen verrassing heten: over de hele breedte van de maatschappij kregen kwesties als genderevenwicht, dekolonisering en diversiteit meer voet aan de grond, al liggen ze recent ook weer stevig onder vuur. De kunstenwereld mag dan hopelijk een plek zijn waar die vragen oprecht gehoord worden. Met vallen en opstaan hebben we intussen geleerd dat een literaire canon, een museumopstelling of een muziekgeschiedenis niet voortvloeien uit onwankelbare wetmatigheden, maar mensenwerk zijn en dus het product van context en tijdsgeest. Die vaststelling leidt noodzakelijkerwijs ook tot enige introspectie, individueel en als maatschappij: we vragen ons meer dan ooit af waaróm ons beeld van de (kunst)geschiedenis is wat het is. En, in het verlengde daarvan, waar vandaag onze blinde vlekken zitten, wat we vandaag niet zien, onvoldoende kennen, te weinig naar waarde schatten. De moeilijkste vraag van al lijkt daarbij: wat nu? We kunnen het verleden immers niet veranderen en ook onze eigen opvoeding en opleiding kunnen we niet uitwissen, hoe aandachtig en kritisch we er ook tegenover staan. In ons vermogen om het gezichtspunt van de ander te begrijpen – intellectueel of gevoelsmatig – zijn we by default beperkt. Maar we kunnen proberen om bij te leren, om onze nieuwsgierigheid aan te scherpen en vérder te kijken.

“Op geen enkel moment in de tijd hebben uitsluitend mannen gecomponeerd”
— Melanie Unseld, Exklusiver Geniekult in Frauen in der Klassik. Der lange Weg zur Anerkennung, Das Magazin der Berliner Philharmoniker, 2015.

Als we inzoomen op klassieke muziek, zijn er alleen al in Vlaanderen tal van recente projecten op te noemen waarbij musici, musicologen of muziekliefhebbers actief op onderzoek gingen naar het werk van vrouwelijke componisten. In 2018 publiceerde journaliste Veerle Janssens haar boek Vrouw aan de piano. Een jaar met Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en andere vergeten componistes. Wie de inhoudstafel doorneemt, telt al snel twee dozijn namen. Eline Cote stampte het Virago Symphonic Orchestra uit de grond, dat zich in één adem toelegt op het doorbreken van genderstereotypering bij muzikanten en het werk van vrouwelijke componisten. Sopraan Elise Caluwaerts en pianiste Marianna Shirinyan verdiepten zich in het oeuvre van Alma Mahler, met een reeks concerten en een CD als resultaat. Pauline Lebbe (AP Hogeschool Antwerpen) deed uitvoerig onderzoek naar het werk van Irène Fuerison (1875-1931). En violiste Ann Cnop stelde een programma samen met barokmuziek van de mysterieuze componiste ‘Mrs. Philarmonica’ en haar vakgenotes Isabella Leonarda, Barbara Strozzi en Elisabeth Jacquet de la Guerre. Internationaal is er inmiddels heel wat onderzoek voorhanden dat laat zien welke componistes tussen de plooien van de muziekgeschiedenis gevallen zijn, en inzicht geeft in de mechanismen die ervoor gezorgd hebben dat de huidige klassieke canon nagenoeg uitsluitend door mannen wordt bevolkt.

Een paar voorbeelden:
In 1994 verscheen een aanvulling op The New Grove Dictionary of Music onder de titel The Norton/Grove Dictionary of Women Composers, met 875 lemma’s over vrouwelijke componisten. Opvallend: het boek telt, illustraties inbegrepen, slechts 548 pagina’s.
Het Duitse Archiv Frau und Musik verzamelt al ettelijke decennia partituren, opnames en artistieke archieven van componerende vrouwen en vrouwelijke dirigenten. Hun catalogus telt een tweeduizendtal namen.
Een goed overzicht van vrouwelijke componisten van elektronische muziek is te vinden in Antye Greie-Ripatti, 101 Women in Electronic Music, in het programmaboek van CTM – Festival for Adventurous Music & Art, Berlijn, 2014, pg. 60-64.
Recent ging veel aandacht naar de documentaire Sisters with Transistors uit 2020.
In het thema-nummer Frauen in der Klassik. Der lange Weg zur Anerkennung van Das Magazin der Berliner Philharmoniker (2015) zijn enkele ontluisterende statistieken te vinden wat betreft de genderbalans in de klassieke muziek, zowel wat componisten als wat muzikanten betreft.

Bij ons wijdde het Studiecentrum voor Vlaamse muziek enkele jaren geleden een studiedag aan de positie van componerende vrouwen in Vlaanderen, en Lieselotte Bijnens schreef op vraag van Kunstenpunt en MATRIX een essay over hetzelfde thema. Ook tijdens de New Music Conference (November Music)  van 2022 bij onze noorderburen kreeg het thema een centrale plaats. Het Britse DONNE. Women in Music verzette de voorbije jaren bergen, met onder meer onderzoek, een databank en een CD-collectie, en aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zet Boulanger Initiative stevig in op, onder meer, repertoireverbreding in het muziekonderwijs. De gedachte dat er tot voor kort nauwelijks kunstmuziek gecomponeerd werd door vrouwen, mag inmiddels naar de prullenmand verwezen worden, samen met de aanname dat het slechts om gelegenheidscomposities zou gaan, om minder ambitieuze werkstukken of muziek van bescheiden kwaliteit. Tal van artistieke projecten bewijzen dat de zoektocht de moeite loont. Stuk voor stuk laten ze ‘vergeten’ muziek schitteren (opnieuw of voor het eerst), niet als curiosa, maar als het werk van pioniers.

Nauw verbonden met het idee van een canon, is de notie van kwaliteit. Het is een veel gehoorde stelling dat enkel kwaliteit van tel zou (mogen) zijn bij, bijvoorbeeld, het samenstellen van een concertprogramma. Maar kwaliteit is geen statisch of eenduidig gegeven. Net als de canon is ons begrip van wat ‘goede’ muziek is, een construct – of we dat nu graag horen of niet. Kwaliteitscriteria zijn onvermijdelijk gestoeld op het repertoire dat we kennen. Ze krijgen vorm tijdens onze opvoeding en opleiding, door onze eigen waardering van wat we horen en in onze gesprekken daarover met anderen. Op die manier komen we, bewust of onbewust, steeds weer uit bij muziek die in de lijn ligt van wat we al kennen en waarderen als goede muziek. We kunnen binnen dat kader wel zoeken naar wat verrassend of vernieuwend is, maar we blijven daarbij erg afhankelijk van wat anderen ooit uitgevoerd, uitgegeven, geprogrammeerd of opgenomen hebben. Eenvoudig gesteld: je kan nooit een excellente crémant du Jura ontdekken als er alleen champagne op de kaart staat. En dus speelt ook de vraag mee in wiens muziek er ‘geïnvesteerd’ wordt, welke muziek zichtbaar kàn worden. De onversneden selfmade m/v/x is immers uiterst schaars; zelfs het grootste talent kan pas echt openbloeien als het gevoed, gekoesterd en gesteund wordt. Er is een lange geschiedenis van onderinvestering in muziek van vrouwen. Onderwijskansen en de toegang tot professionele netwerken en samenwerkingen hebben vanzelfsprekend gevolgen voor de kans om effectief een loopbaan uit te bouwen als componist. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld werkbeurzen en compositieopdrachten. Behalve formele uitsluiting spelen ook lastig uitroeibare verwachtingspatronen, gewoontes en vooroordelen mee, die (ook onbedoeld) carrières kunnen maken of kraken. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld componisten van kleur en musici met een beperking. Hele gebieden van wat er aan muziek gemaakt werd, wordt en zou kunnen worden, blijven zo buiten beeld.

Interessanter wordt het wanneer we gaan kijken naar kwaliteiten, meervoud; wanneer we gericht op zoek gaan naar muziek van ondergehoorde groepen en bereid zijn nieuwe dimensies toe te voegen aan ons beeld van wat mooie, goede of interessante muziek kan zijn. Die ambitie komt stilaan vaker en explicieter op de voorgrond in de artistieke visie van kunstinstellingen, festivals, concertorganisatoren en ensembles. De betekenis daarvan reikt verder dan ons muzikale heden en verleden.

De verscheidenheid die we vandaag laten zien, bepaalt mee het muzieklandschap van de toekomst.

Interessant in deze context is KeyChange, een Europees netwerk dat streeft naar gendergelijkheid in de muziekindustrie. Door zich aan te sluiten bij dit netwerk kunnen bv. concertorganisatoren hun engagement zichtbaar maken om naar een evenwichtige programmering toe te werken. Een tegenhanger in de literaire wereld is het schrijverscollectief Fixdit. Daarnaast zijn nog tal van andere initiatieven te vinden die, in brede zin of net heel gericht, inzetten op een grotere diversiteit en sterkere representatie in het kunstenveld.